Afbeelding
COLUMN

Stuurman: De kleine lettertjes

Nieuws

Garantie. Een houvast voor mensen om zich aan vast te klampen wanneer ze hun zuurverdiende spaarcenten hebben geïnvesteerd in een nieuw object van wat voor aard dan ook. Ooit bedacht als verkoopargument door fabrikanten die de intrinsieke moraal hadden om hun klanten een oprecht hoogwaardig product met een lange levensduur te gunnen, later geadopteerd door brancheorganisaties (BOVAG!) om commerciële redenen en verplicht gesteld door overheden om consumenten te beschermen tegen een financieel debacle. In de autowereld is de wettelijke norm jaren geleden al opgetrokken van één naar twee jaar, maar Japanse fabrikanten liepen reeds in de jaren tachtig op de muziek vooruit door hun modellen voor drie jaar te garanderen en in de nieuwe eeuw baarde Kia opzien met een termijn van zeven jaar. Wel met een beperking van 100.000 kilometer en daarmee komen we gelijk bij de kleine lettertjes uit. Strikt genomen kan overigens een intensieve gebruiker die na twee ton in anderhalf jaar zijn motor in de soep ziet lopen nog steeds een nieuwe claimen, want de wet stelt geen bovengrens aan het kilometrage. 

Er bestaat een namelijk verschil tussen garantie als een service en garantie als een plicht. Nu wordt het interessant, speciaal in een tijd waarin de ene na de andere fabrikant de termijn oprekt naar vijf, zes, zeven of acht jaar. Ook daar geldt weer die kilometerbeperking, maar er speelt nog iets anders. In 2002 voerde het Europees Parlement de Wet Monti door, om de monopoliepositie van dealerorganisaties te doorbreken. Automerken konden niet langer garantieclaims ontduiken wanneer consumenten hun bolides keurig volgens de technische voorschriften door de dorpsgarage lieten onderhouden. De kleine lettertjes maken daarop alleen wel vaak een uitzondering, namelijk wanneer de verplichte twee jaar verstreken zijn. Dan heeft de wetgever er niets meer over te zeggen en mogen dealers cq importeurs een afwijzend gebaar maken wanneer iemand met een elders geservicete auto verhaal probeert te halen. Dit uiteraard vanuit de achterliggende gedachte dat verlengde garantie geven het ideale bindmiddel vormt om klanten voor werkplaatsbezoeken binnen de eigen organisatie te houden. 

Is dat onfris? Nee, een merk zijn goed recht en vanuit technisch perspectief ook logisch. Immers, wanneer je een product garandeert, wil je grip hebben op hoe het wordt geserviced. Het maakt het voor consumenten alleen wel ingewikkeld. Stel dat je bij een handelaar een drie jaar jonge occasion met zeven jaar fabrieksgarantie en een prettig lage kilometerstand koopt, die al een tijdje bij een universele garage wordt onderhouden. In het eerste jaar zal het BOVAG-label onvoorziene reparaties afdekken, daarna vallen ineens alle zekerheden weg. Zo kom je dus met een technisch probleem in de kou te staan, terwijl je op grond van de fabrieksgarantie dacht bij de dealer te kunnen aankloppen. Kortom, wanneer je een gebruikte auto aanschaft, zou je zorgvuldig de onderhoudshistorie moeten checken. Het boekje in het dashboardkastje geeft daarover uitsluitsel, maar waterdicht is dat niet, want er wordt gerommeld met vervalsingen; een risico dat nog hoger ligt bij import uit het buitenland. Dan maar de geschiedenis opvragen bij de officiële dealer? Succes, want die zal niet staan te juichen om iemand een dienst te bewijzen rondom een auto die buiten het eigen circuit circuleert. Wie maximale zekerheid wil, zal dus dáár een occasion moeten kopen. In alle andere gevallen: vaar niet blind op de fabrieksgarantie en lees de kleine lettertjes.

Aart van der Haagen