
Gepeuterstalkt
Ik vind het altijd bijzonder hoe we collectief besluiten wat ‘lief’ is en wat niet. Wanneer is iets schattig en wanneer is het stalking? Op welk moment mag je nog spreken van verzachtende omstandigheden – ze is nog maar twee, je bent haar moeder – en wanneer wordt het tijd voor een melding?
Een peuter die alleen spaghetti eet terwijl ze op je schoot zit? Vertederend. Ieder willekeurig ander persoon die dat doet? Onacceptabel. Een peuter die midden in de nacht naast je bed staat en zwijgend naar je staart tot je wakker schrikt? Ach, zo gaat dat. Iemand anders die dat doet? We verhuizen.
Als ik zeg: “mama gaat even plassen”, hoort mijn peuter: “dit is een groepsactiviteit”. De deur dicht is geen optie, er moet hoe dan ook oogcontact zijn, het liefst zit ze op schoot of aait ze tegelijkertijd mijn gezicht. Ondertussen kan ik niet anders dan me voorstellen hoe het zou zijn als dit gedrag algemeen geaccepteerd zou worden.
Stel dat de buurman ’s nachts stiekem je slaapkamer binnenkomt om je nieuwe zachte pyjama te aaien. Of stel dat een collega tijdens een vergadering zijn stoel tegen de jouwe zou schuiven en stellig zou zeggen dat hij bij je komt zitten. “Want anders kan hij niet zo makkelijk zijn wang tegen de jouwe leggen”... Ik denk dat er dan toch wel wat gesprekken over persoonlijke ruimte zouden volgen.
Maar op de één of andere manier is het bij een peuter ‘schattig’. Hoeveel grenzen er ook volledig genegeerd worden, we accepteren veel zolang het nog een romper draagt en moeite heeft met de ‘r’ uitspreken. Geef haar hetzelfde gevoel voor persoonlijke ruimte en privacy maar óók een baardje, en het zou een heel ander verhaal worden.
Ondertussen ben ik er al zó aan gewend dat het bijna eng wordt. Stel je voor dat ik onbedoeld gewend raak aan samen naar het toilet gaan en een collega volg. Wat als ik automatisch diezelfde collega op schoot trek om samen een moeilijke e-mail door te nemen?
Toch, ondanks al het licht zorgwekkende gedrag, voel ik een steekje als mijn eigen grensoverschrijdende peuter een andere schoot uitkiest om op te blijven plakken. Of als ik eraan denk dat er een tijd komt dat ze me níet meer de hele dag wil ‘aaien’. Dus tot die tijd laat ik alle deuren nog maar open staan.