
College Boekel wil vast tarief voor gebruik groen- en reststroken: ‘Praktischer en eenvoudiger’
NieuwsBOEKEL – Het college van burgemeester en wethouders van Boekel stelt de gemeenteraad voor om groen- en reststroken voortaan voor een vast bedrag van 350 euro voor een periode van vijf jaar in gebruik te geven, ongeacht de grootte van de strook. Met het voorstel wil het college een einde maken aan onduidelijkheid die de afgelopen jaren is ontstaan rond de kosten voor het gebruik van deze stukken gemeentelijke grond door inwoners.
Het voorstel is op 13 januari 2026 aangeboden aan de raad en wordt behandeld in de commissie Wonen en Werken. Bij de jaarlijkse vaststelling van de grondprijzen in december 2025 zijn de tarieven voor groen- en reststroken nog niet vastgesteld.
Huidige beleid
Onder het huidige beleid wordt voor het in gebruik geven van groen- en reststroken uitgegaan van 40 procent van de geldende grondprijs voor woning- of bedrijfskavels. Gebruikers betalen daarbij een eenmalige bijdrage van 150 euro en vervolgens jaarlijks 4 procent van die grondprijs per vierkante meter. De overeenkomsten lopen in principe tien jaar. Door stijgende grondprijzen en jaarlijkse facturering bleek dit systeem volgens het college steeds minder aantrekkelijk voor inwoners.
Eenvoudiger en praktischer
Wethouder Matt Kanters geeft aan dat de gemeente naar aanleiding van signalen uit de raad en van inwoners heeft gezocht naar een eenvoudiger en praktischer oplossing. “We hebben als gemeente veel kleine strookjes grond waar we zelf weinig mee kunnen, maar die voor bewoners wel waardevol zijn om bijvoorbeeld hun tuin iets te vergroten,” aldus Kanters. “De tarieven zijn een paar jaar geleden verhoogd en daar kwam veel kritiek op. Mensen vonden het te duur en besloten de strook niet meer te gebruiken. Dan blijft het onderhoud bij de gemeente liggen, en dat is ook niet ideaal.”
Kosten
Het college stelt daarom voor om voortaan een vast bedrag van 350 euro te hanteren voor een periode van vijf jaar. Dat bedrag is volgens Kanters gebaseerd op de minimale kosten die de gemeente maakt voor administratie, toezicht en handhaving. “We moeten bijhouden wie de strook gebruikt, controleren of de voorwaarden worden nageleefd en af en toe toezicht houden. Dat kost ons ongeveer dat bedrag per vijf jaar. Dan vinden wij het eerlijk dat die kosten ook door de gebruiker worden betaald.”
Alternatieven
In het raadsvoorstel zijn verschillende alternatieven uitgewerkt. Zo is gekeken naar een systeem met vaste bedragen afhankelijk van de grootte van de strook, een verlaging van het jaarlijkse percentage naar bijvoorbeeld 1 procent met een minimum van 350 euro, of een symbolisch bedrag van 50 euro, zoals dat vóór 2024 gold. Elk alternatief heeft volgens het college nadelen, variërend van hogere administratieve lasten tot een gebrek aan kostendekkendheid.
Voor- en nadelen
Onder het huidige beleid zou een gebruiker van een kleine reststrook van 12 vierkante meter over vijf jaar ruim 500 euro betalen, inclusief de eenmalige bijdrage. Bij een gemiddelde strook van 45 vierkante meter loopt dit op tot bijna 1.500 euro, terwijl grote stroken van 130 vierkante meter zelfs meer dan 4.000 euro zouden kosten. Met het voorgestelde vaste tarief betalen al deze gebruikers 350 euro per vijf jaar.
Het college erkent dat dit betekent dat gebruikers van grote stroken relatief minder betalen dan gebruikers van kleine stroken. Toch wegen volgens het college de voordelen zwaarder. Het systeem is eenvoudiger, voorkomt jaarlijkse facturering en verlaagt de drempel voor inwoners om groen- en reststroken in gebruik te nemen. Bovendien behoudt de gemeente door de looptijd van vijf jaar voldoende regie, bijvoorbeeld met het oog op herinrichting van wijken en klimaatadaptatie op langere termijn.
Financieel verwacht het college per saldo een positief effect ten opzichte van de huidige situatie, omdat er op dit moment geen inkomsten begroot staan. De gemeenteraad buigt zich binnenkort over het voorstel en de verschillende alternatieven.