Ad Otten (Foto: Kuppens Fotografie)
Ad Otten (Foto: Kuppens Fotografie) Foto: Kuppens Fotografie

'Ik zou het meteen weer zo doen'

In memoriam: Ad Otten

GEMERT – “De belangstelling voor geschiedenis lag voor de hand, ik ben tegenover het Gemerts kasteel geboren.” Aan het woord is Ad Otten, die in verband met zijn naderend einde, maar met een ongelooflijk enthousiasme en in dezelfde energieke verteltrant die hem zo kenmerkte, een week of drie geleden terugkeek op een leven waarin de geschiedbeoefening in het algemeen en de historie van Gemert in het bijzonder zo’n grote rol speelde.

Door Simon van Wetten

Vooropgesteld: Je gaat niet lichtvoetig naar een interview met iemand die pas geleden te horen heeft gekregen dat hij niet lang meer te leven heeft. Maar Ad was ook in deze omstandigheid de Ad die ik al heel lang ken. Hij schotelde mij gedurende twee-en-een-half uur een intrigerende reis voor, een reis door de geschiedenis van de Gemertse geschiedschrijving.

Ad is niet als historicus, maar als scheikundige opgeleid. Hij werkte aanvankelijk op het Natlab van Philips-Eindhoven, maar toen het bedrijf startte met een archief, stapte Ad over. De eerste archieven die Ad ordende hadden betrekking op de Philips-woningbouw. “Ik vond dat een skon onderwerp en heb er in 1987 een boek over geschreven: ‘Volkshuisvesting in Eindhoven, 1900-1990.’ In het boek staat een voorwoord van meneer Frits Philips. Dat moest ik trouwens wel zelf voor hem schrijven. Er kwam nog een tweede boek achteraan: ‘Philips Woningbouw.’ Met deze twee boeken is de passie voor geschiedschrijving begonnen.”

En Gemert dan? Ad: “Ik ben bij Philips historicus geworden. Maar Gemert speelde bijna vanaf mijn geboorte mee. Scholleke trappen op de kasteelgracht! En ons opa aan moederskant, die was de eerste van het dorp die een fiets met een ketting had. Je begrijpt, Gemert, dát werd mijn grootste passie als het gaat om de geschiedbeoefening.”

In 1969 kochten Ad en zijn vrouw Alma een boerderijtje in de Kromstraat, d’n Traonpot. “Willem Vos, oom van dialectoloog Wim Vos, vroeg: ‘Gaan jullie in dat huiske wonen? Vroeger stond er voor elk van de vijf ramen een weefgetouw.’ Het bracht ons op een idee. In het Kruidenhuis was al jaren een weefgetouw opgeslagen. Met hulp van allerlei wevers hebben we het in ons huis in elkaar gezet. Ik heb me toen opgegeven als lid van de Heemkundekring en een paar jaar later stelde ik mij kandidaat voor het bestuur.”

Al snel ging Ad de redactie van kwartaalblad ‘Gemerts Heem’ doen. “Ook al omdat we toen de eerste buukskes in de serie ‘Bijdragen tot de geschiedenis van Gemert’ uitbrachten. De eerste artikelen die ik in Gemerts Heem schreef, dateren ergens van 1972.”

Het allereerste boek dat Ad voor Heemkundekring ‘De Kommanderij Gemert’ schreef, in 1977, kreeg de titel ‘Honderd jaar bejaardenzorg’. “Ad Marinus droeg dit onderwerp aan omdat de laatste zusters Franciscanessen, die een eeuw lang de zorg voor de ouden van dagen op zich hadden genomen, met pensioen gingen. De publicatie van dat boekje smaakte naar méér. Ik heb daarna veel samengewerkt met Peter van den Elsen bij het publiceren van artikelen in Gemerts Heem en het schrijven van boeken. Op de achtergrond keek Martien van der Wijst mee. Martien had in 1961 de eerste ‘Beknopte Geschiedenis van Gemert’ geschreven. Hij was inmiddels naar Heerlen verhuisd, maar hield contact met zijn geboortedorp.”

Het Gemert-oeuvre van Ad is niet blijven steken op het boekje over de bejaardenzorg. Een stroom van artikelen en andere publicaties volgde. Er zijn weinig nummers van Gemerts Heem te vinden waarin niet minstens één bijdrage van Ad staat. Maar hij wilde de Gemertse geschiedschrijverij niet alleen op zichzelf betrekken. “Hoeveel boeken hebben wij als Heemkundekring intussen niet uitgebracht? Meer dan honderd! Boeken waar we ons zeker niet voor hoeven te schamen, integendeel. Tegenwoordig hebben we de Academie Vorstendom. Mensen die geïnteresseerd zijn in de geschiedenis van Gemert krijgen daar les van verschillende lectoren. Dat gaat best de diepte in, we hebben er na een paar van die leergangen al een flink aantal ingewijden bij. Mooi dat ik dat nog meemaak.”

Het ging bij Ad ook wel eens níet over geschiedenis, althans niet over Gemert, de Duitse Orde of Philips. Eigen ervaringen en belevenissen schreef Ad in een nieuw fenomeen: het Tesbuukske. ‘Vertellingen aojt d’n Traonpot’ is zo’n buukske en bevat prachtige, humoristische verhalen. Bijvoorbeeld de anekdote over de kortstondige bokscarrière van Ad. “Jazeker, ik heb vroeger gebokst. Een van de eerste wedstrijden was tegen een pliesie, een politieagent. Hij heette Op ’t Hoog maar dat werd natuurlijk al snel ‘Op ’t Oog’. Ik won! Een paar jaar later, in m’n diensttijd, werd ik nationaal militair bokskampioen van Nederland in het vedergewicht.”
Een heel persoonlijk verhaal schreef Ad in het vierde kwartaal van Gemerts Heem 2023. Het gaat over zijn jong gestorven zusje Joseetje. ‘Ik vind schrijven ook een enorm genot omdat je de herinnering aan vroeger, aan je familie en aan gebeurtenissen van lang geleden levend kunt houden.”

In het Gemertse geschiedeniswereldje is een wederkerend grapje dat er best veel historische ontwikkelingen een startpunt hebben in Gemert. Ad deed daar graag aan mee. “Alles begint in Gemert,” zei hij dan. Een voorbeeld? “In de film Turks Fruit gaan Rutger Hauer en Monique Van de Ven op de fiets naar het stadhuis om daar te trouwen. Alma en ik zijn ook op de fiets getrouwd, maar véél eerder. Ziede wel, alles begint in Gimmert.”

Er valt méér te vertellen. Bijvoorbeeld over de belangrijke rol die Ad speelde bij weekblad De Streek. Of over de straatnaamcommissie, waarvan hij veertig jaar lang voorzitter was. Ad werd jarenlang op 14 mei ‘Bônman’. Verkleed als IJsheilige Bonifatius bood hij omstanders de gelegenheid de zeepkist bij het Hagelkruis te beklimmen en hun mening te ventileren. Verder is daar het (staats)secretarisschap van ‘Gemert Vrijstaat’. Deze Stichting heeft her en der in de Gemertse straat de fotolijsten opgehangen met daarin oude foto’s van de situatie ter plekke. Ook de struikelstenen die herinneren aan de gebeurtenissen op de tweede dag van de Duitse inval, 11 mei 1940, en beelden als d’n Heilige Losbol en de Gulden Pelikaan komen uit de koker van Gemert Vrijstaat, net als de straatnaambordjes voor paden en stegen die nog geen officiële naam hadden. Daarnaast komt de fantastische samenwerking met het gemeentearchief in Gemert met regelmaat aan de orde. In de langlopende serie Gemertse Mysteries vertelt Ad Otten bij Omroep Centraal TV op zijn typerende, gedreven manier over allerhande historische feiten uit de plaatselijke geschiedenis. Bovendien was Ad gids van de V.V.V. en verzorgde rondleidingen in het dorp, in het kasteel en op de gewelven van de kerk. Ad zong ook in het strijdliederenkoor ‘Zwaovel & Salpaeter’, dat zelfs heeft opgetreden in Paradiso in Amsterdam.

Gaat het tijdens het gesprek alleen maar over geschiedenis? Nee, ook de ziekte die Ad heeft overvallen, komt een paar keer aan de orde. “Pas vroeg de dokter welk cijfer ik aan mijn leven zou geven. ‘Een tien,’ antwoordde ik. En op dit moment geef ik dat punt nog steeds. Maar er zijn natuurlijk tijdstippen dat je je realiseert in welke toestand je terecht bent gekomen. Het ergste vind ik nog wel dat ik straks ons Alma alleen moet achterlaten.”
Ja, dan wordt het wel even stil. Je realiseert je dat je door alle vertellingen van Ad even vergeten was waarom je dit alles bent komen optekenen.

Hoe kijk je op je leven terug, Ad? Je geeft het een tien, maar is er misschien toch iets dat je anders had willen doen? Het antwoord komt binnen een fractie van een seconde en met volle overtuiging: “Ik zou méé alles hetzelfde doen.”

Ad is jongstleden donderdag, 29 januari, overleden.