Vervolg van pagina 5

Tentoonstelling Burgemeester de Bekker

Hoe is het om in een burgemeestersgezin op te groeien? Kees de Bekker, jongste telg van het gezin De Bekker, geboren in februari 1939 in Mill, graaft ondanks zijn bijna 87 jaren met souplesse in zijn herinneringen. “De intocht met ons gezin, die ontvangst aan de gemeentegrens, dat heeft een niet te vergeten indruk op mij gemaakt. Ik was toen 7 jaar. Een half uur later, op het bordesje van het gemeentehuis, stonden er duizenden mensen tegenover ons! Verder heb ik nog een heel duidelijk beeld van de periode dat wij in de Ruijschenberghstraat woonden. Pa had het huis, meteen toen wij daar introkken, omgedoopt tot ‘Commandeurswoning’.

Kees beklemtoont dat opgroeien in een burgemeestersgezin betekende dat je onder een vergrootglas lag. “In de kerk bijvoorbeeld stonden op het hoofdaltaar altijd twee banken voor ons gereserveerd. Om daar te komen moesten we door het middenpad lopen. Dat was een ongemakkelijke gang naar voren, omdat ik bij wijze van spreken de ogen van de dorpsbewoners in mijn rug voelde prikken.”

Op zaterdag 30 juli 1966 zat burgemeester De Bekker zijn allerlaatste vergadering van de raad voor. Hij was in vorm! Zijn taalgebruik was nóg archaïscher, nóg bombastischer dan gewoonlijk, doorspekt met spreuken en vaak teruggrijpend op zowel de vaderlandse als de dorpsgeschiedenis. De huisspreuk van pater Van den Elsen (aratrum et cruce; ploeg en kruis), de lijfspreuk van paus Johannes de 23ste (obediëntia et pax; gehoorzaamheid en vrede), het vult vele alinea’s van een indrukwekkende toespraak. Na deze verbale reis door zijn ambtsperiode sprak de burgemeester een verrassend zinnetje uit: “Vandaag wil ik kort zijn.” En relativerend: “Woorden zijn maar woorden. Het is de geest die levend maakt en het hart dat spreken doet. Gemert, ik droeg zorg voor u, ik blijf aan u gehecht.”