Afbeelding

Goris Verhoef

HANDEL – Geboren en getogen in Zeist in een gezin met vijf zussen en een broer. “Ik ben een nakomertje,” vertelt Goris Verhoef. “Mijn broer is toen ik vier was bij een auto-ongeluk om het leven gekomen. Hij was toen in militaire dienst.” Goris ging, eenmaal volwassen, in de zorg werken als divisiemanager. “Na een reorganisatie waar ik niet achter stond – ik zat de hele dag in de auto in een zeer wijde regio – ben ik in Luxemburg in een hotel gaan werken. Daarna kwam ik in de horeca in Utrecht terecht, vervolgens werd ik filiaalmanager in een supermarkt, ging daarna nog even terug naar de zorg en in 2017 zijn mijn partner Joop en ik in Handel terechtgekomen. We zijn hier een horecazaak begonnen.”

Geloof je?

Ja. Mijn vader was Nederlands Hervormd, mijn moeder christelijk gereformeerd. Pa deed niet veel aan het geloof, mijn moeder des te meer. Ik heb inmiddels wél de kerk losgelaten, maar het geloof zeker niet.

Wat is je grootste deugd?

Ik kan goed organiseren én omgaan met mensen. Joop zegt daarover: “Jij praat altijd tegen alles wat beweegt.” Inderdaad, ik ben oprecht geïnteresseerd in de medemens.



Wat is je grootste zonde?

Ik ben erg conflict-vermijdend. Dat zie ik als een ondeugd, omdat ik degenen die tegenover mij staan niet confronteer met hoe ik er werkelijk over denk. En dan weten die mensen niet waar ik precies sta en dat is niet goed.

Wat koester je het meest?

Mijn partner Joop, we zijn al dertig jaar getrouwd. Verder koester ik mijn werk en net zo goed mijn privéleven. Die twee invullingen van mijn dagen kan ik heel goed scheiden en me in beide situaties comfortabel voelen.



Wat stuit je het meest tegen de borst?


Onechtheid en oneerlijkheid. Een voorbeeld? Mensen die flierefluitend voorbijfietsen en dan wél gedag zeggen, maar die je vervolgens in andere situaties compleet negeren. Een ander voorbeeld? Dat is de horecasituatie. Het gaat te ver om in de biechtstoel precies uit te leggen wat er in die sector allemaal aan schort, maar we hebben er wel last van.

Waar kun je heimelijk van genieten?

Ik ben veel met IT bezig. Maar waar ik écht van hou, dat is muziek. Van pop tot klassiek, altijd goed. Alleen de hardcore muziek van nu, daar kan en heb ik helemaal niets mee.

Van wie kun je nog wat leren?

Van Joop. Compleet mijn tegenpool. Hij is een geboren Rotterdammer, heeft het hart op de tong, is heel direct. Van die eigenschappen zou ik wat meer willen hebben. Tegelijkertijd hebben we op deze manier ook veel aan elkaar.

Achter welke deur zou je wel eens een kijkje willen nemen?

Ik zou, ondanks het feit dat ik er al vaak ben geweest, nóg een keer naar Israël willen. Maar in de huidige situatie in het Midden-Oosten kan en wil ik dat uitdrukkelijk niet. Ik hoop voor alle partijen dat het in die regio ooit weer normaal en leefbaar wordt. Maar Israël heeft als land, als vakantiebestemming, zoveel te bieden. In het noorden kun je skiën, in het zuiden kan het 40 graden worden. Dat zie je ook terug in het gevarieerde landschap. En qua historie en Bijbelse geschiedenis is daar ook veel te zien.

Met wie zou je wel eens een weesgegroetje willen bidden?

Met Shirley Bassey. Dat is mijn idool. Haar zang, haar stem, haar muziek, geweldig! Goldfinger, Diamonds Are Forever en Moonraker. Ook had ze grote hits met ‘Big Spender’ en ‘This Is My Life’. Als je haar hóórt zingen, dan vóél je haar ook zingen.

Heb je verder nog iets op te biechten?

Jazeker. Dat ik me nooit zo aan een plek hecht, maar meer aan een situatie. Ik heb een flinke serie woonplaatsen versleten: Zeist, Westbroek, dat is een klein dorp in de gemeente De Bilt, toen terug naar Zeist, daarna naar Luxemburg, in Utrecht gewoond, in Amsterdam, Rotterdam, Zwijndrecht, Standdaarbuiten in de gemeente Moerdijk en nu een kleine negen jaar in Handel. Al best lang dus.