
Diana, Bert, Josje, Laurens en Karel woonden 'om-en-om' als kind
75 jaar Indische Gemertenaren
GEMERT – In februari was het vijfenzeventig jaar geleden dat de eerste Indische Nederlanders in Gemert arriveerden. Dankzij een door burgemeester De Bekker in Den Haag voorgelegd en geaccepteerd plan stonden in die periode van wennen aan een nieuw leven 120 gloednieuwe huizen op hen te wachten. Dat die woningen in een ‘om-en-om’-regeling werden geflankeerd door evenzoveel huizen voor Gemertenaren, was de basis voor een unieke vorm van integratie.
Door Simon van Wetten
Aan tafel met Laurens Verhagen, Karel Cornelissen, Josje van Dam, Bert Mickers en Diana de Haas worden herinneringen opgehaald. Er wordt gepraat over de wederzijdse kennismaking en de eerste contacten tussen Indische en Gemertse mensen. Karel weet dat de familie Falkenburg het eerste KNIL-gezin was dat in Gemert arriveerde. “Wel waren er al vanaf 1948 een aantal Gemertse mannen teruggekomen met hun in Indië geboren echtgenotes.” Laurens herinnert zich: “Mijn oom was ook KNIL-militair en kwam in Gemert te wonen. Ikzelf heb geen Indische achtergrond, woonde in Zeeuws-Vlaanderen, maar toen mijn ouders gingen scheiden, kwam ik op m’n veertiende bij die oom hier in Gemert terecht. Ik herinner me de strakke discipline, maar toch bood het gezin van mijn oom een warme plek. Gemert zelf trouwens ook, ook al vond ik het destijds een echt boerendorp waar je aanvankelijk met wat bevreemding werd bekeken.”
Laurens, Karel en Bert woonden alle drie in de toen net gebouwde Schout Brouwersstraat. Bert vertelt: “Wij hebben dus dat om-en-om wonen ervaren. Bovendien is mijn vader stoottroeper in Indië geweest, van 1947 tot 1949. Hij had zo’n klein fototoestel, een boxje, en hij heeft een heel album aan Indië-foto’s bij elkaar gefotografeerd. Dat hebben we later aan een museum in Amsterdam geschonken. Overigens, toen mijn vader weer thuiskwam, werd hij zenuwziek verklaard. De term PTSS bestond toen nog niet, maar de gevolgen ervan kwamen in de loop van zijn verdere leven steeds duidelijker naar voren.” Laurens weet nog: “In de Schout Brouwersstraat kwam iedereen bij elkaar over de vloer. De Indische mensen timmerden achter in de tuin een hokje. In de zomer werd er rondom dat hokje geleefd en gekookt. Nee, in de winter uiteraard niet.” Karel heeft in zijn opvoeding ook de strakke discipline ervaren. “Als kind begreep je niet goed waar dat vandaan kwam, er werd over de jaren ‘40 nooit gesproken.”
Diana en Josje kwamen als jonge kinderen beide in de Wassenaarstraat terecht. Dat was een ware feeststraat. Indische en Gemertse bewoners trokken eensgezind met elkaar op en er werd van alles georganiseerd. Diana: “We moesten ons van mijn ouders gedragen en beleefd zijn, zeker ook tegenover de Gemertenaren. En de Indische gezinnen kregen een gezinsverzorgster toegewezen. Die leerde ons hoe een huishouden hier bestierd werd. En twee even oude kleuters, van Nederlandse ouders, kwamen mij thuis ophalen om mee naar de kleuterschool te gaan. Ook werd ik lid van de Vuurvinken, dat hielp eveneens. Vooral herinner ik me de Wassenaarstraat als puur gezellig, met veel hoelahoepen en andere spelletjes met mijn leeftijdgenootjes.” Josje vult aan: “Wij zouden ontvangen worden door een sociaal werkster. Maar die was er niet. We kwamen in het ons toegewezen huis en er stond helemaal niets. Compleet kaal. Wel kregen we bonnen om meubels en kleding aan te schaffen, maar dat bleek slechts een renteloos voorschot. In al die ‘Indische’ huizen bij ons in de straat stonden dus precies dezelfde meubels in de huiskamers, vaak ook nog op dezelfde plaats. Onze nieuwe buren wezen waar de bakker en de kruidenier was en hoe je de kachel aan moest houden.” Diana daarover: “Bakker Van Daal verkocht loempia’s en dergelijke, die speelde op de nieuwe situatie in.” Josje: “Wat erg geholpen heeft: wij spraken allemaal Nederlands. En we waren katholiek. Indische katholieken werden vooral in Zuid-Nederland geplaatst.”
Karel komt evenwel uit een protestants gezin. “De Bekker kon de wens van de gemeenteraad – liefst katholieke instroom - niet garanderen. Wij werden met een busje naar de Vossenbergschool gebracht. Dus niet álles verliep soepel. Toen de eerste van de tweede generatie, Annie Meekelenkamp, met een Gemertse jongen trouwde, leverde dat aan beide kanten reuring op. Daarom zei Annie dat ze in verwachting was en wel móest trouwen. Maar dat was niet zo.”
Bert vindt dat de komst van de Indische medeburgers Gemert veel heeft gebracht. “Je gezichtsveld werd groter, je kwam in aanraking met een andere manier van leven.” Diana: “En omgekeerd ook. Ik zong binnen de kortste keren het Gemerts Volkslied mee.” (Op de foto: Laurens Verhagen, Diana de Haas, Karel Cornelissen, Josje van Dam en Bert Mickers.)