Afbeelding

Dick Vermeulen

GEMERT – Geboren en getogen in Vught, óók ooit een commanderij der Duitse Orde. “Op m’n negentiende ben ik in de detailhandel gaan werken, onder andere bij V&D. Ik werd bedrijfsleider en uiteindelijk regiomanager,” vertelt Dick Vermeulen. “Maar altijd dag en nacht werken… Na het overlijden van mijn beste vriend op vijftigjarige leeftijd besloot ik het roer om te gooien. Ik ging lesgeven aan een MBO en ook in het volwassenenonderwijs. Ik werd teamleider, daarna stagebegeleider bij Fontys, tot aan mijn pensioen.” Vijf jaar geleden zijn Dick en zijn vrouw Ine in Gemert terecht gekomen. De integratie is soepel en snel verlopen; Dick is gids bij de V.V.V. én, echt waar, hij is sinds kort commandeur der Duitse Orde.

Geloof je?

In mijn jonge jaren was ik gedurende acht jaar voorzitter van het kerkbestuur in Vught. Maar mensen die ik vertrouwde bleken niet te vertrouwen – de bekende kerkschandalen helaas – en toen heb ik uit frustratie de kerk losgelaten.

Wat is je grootste deugd?

Ik ben eerlijk en direct. Als ik ergens iets van vind, dan zég ik het ook. Heel vroeger, als ik vond dat ’t moest, soms zelfs met enige stemverheffing, maar ik ben inmiddels een stuk rustiger geworden.

Wat is je grootste zonde?

Te haastig, te ongeduldig. Bij de leerlingen en de studenten had ik dat overigens niet, maar bij collega’s en in andere kringen wél. Maar ook wat dat betreft ben ik met het verstrijken der jaren gelukkig heel wat gematigder geworden.

Wat koester je het meest?

Ons tweeën om te beginnen. Ine en ik kunnen het uitstekend met elkaar vinden. Ik koester ook elke dag dat ik mij goed voel. En tot slot: ik koester de leuke dingen die ik mag doen. Die geven mij positieve energie!

Wat stuit je het meest tegen de borst?

De huidige wereldpolitiek. Praatprogramma’s over dat onderwerp op tv zet ik tegenwoordig uit, daar word je een stuk vrolijker van dan wanneer je er wél naar kijkt.

Waar kun je heimelijk van genieten?

Als het zonnetje warm genoeg is om in de tuin te gaan zitten. Heerlijk. Ik geniet ook van onze hond, Bowhi. Dat woord betekent in het Tibetaans ‘de haren waaien in de wind’. Bowhi vertegenwoordigt 43 kilo levensvreugde. En laat ik met betrekking tot het woord genieten zeker ook onze twaalf kleinkinderen noemen.

Van wie kun je nog wat leren?

Van de groepen waarin ik vertoef. Dat zijn de V.V.V.-gidsen en dat is De Duitse Orde Gemerth, sinds 2014 weer actief. Ik ben een tijd geleden door nu wijlen Max Niessen gevraagd om hem als commandeur op te volgen. Daar heb ik na enig nadenken ‘ja’ op geantwoord en ik heb er absoluut geen spijt van.

Achter welke deur zou je wel eens een kijkje willen nemen?

Dan zou ik het allerliefst vierhonderd of zeshonderd jaar terugkeren in de tijd en vervolgens via de poort het kasteel van Gemert binnen wandelen. Achter de deuren van dat eeuwenoude slot inspiratie en ideeën opdoen en nog beter te weten komen wat er van een commandeur der Duitse Orde werd verwacht, wat zijn dagindeling was en hoe hij omging met het Gemertse volk.

Met wie zou je wel eens een weesgegroetje willen bidden?

Met ons moeder. Wij hadden een perfecte moeder-zoon relatie. Zij hield me altijd de hand boven het hoofd, zij was mijn beschermvrouwe. Ooit eiste de directeur van de Mulo waar ik op zat met vier afgemeten woorden dat ik onverwijld naar de kapper zou gaan om mijn lange lokken te laten knippen: "Vermeulen, náár de kapper!” Ik weigerde. Mijn moeder werd erbij gehaald en zij bleef tegenover die strenge meneer standvastig. Ik hoefde niet naar de kapper.

Heb je verder nog iets op te biechten?

Van alles… We zijn bijvoorbeeld op zoek naar nieuwe ridders. Wij willen als Duitse Orde Gemerth-groep nóg groter worden. En Ine en ik vinden Gemert geweldig. We gaan hier nooit meer weg. En tot slot: alles wat ik doe, doe ik met plezier. Als het plezier ontbreekt, dan stop ik ermee.