
Peelverhalen
Voerman Jan Spieren
GEMERT - Bijna niemand wist in Gemert dat Jan Spieren niet zijn echte naam was. Hij was een man van weinig woorden. Men sprak hem ook aan met die benaming en liet het zo ook maar begaan.
Door Wil van Lierop
Vele bewoners in de Peel, dus ook in Gemert, hadden tegen de eeuwwisseling van 1900, ook een bijnaam dat door de meeste ook geaccepteerd werd. Zijn werkelijke naam was Johannes (Jan) van der Kruizen. De vader van Jan was een sterk gespierde man, vandaar waarschijnlijk dat de familie, dus ook Jan, die bijnaam ook meekreeg. Jan woonde met zijn gezin omgeving Hazeldonk in Gemert. Daar bestierde hij een klein boerderijtje, maar was vooral voerman. Voor vervoer van zware vrachten wisten ze Jan wel te vinden, “ge moet bai Spierkes zen”. Hij bezat als een van de weinige een grote lange wagen (kar), waarvan hij de zijkanten kon weghalen of hoger maken. Daardoor kon soms ontzettend veel geladen worden. In de burries stond vaak zijn Belse knol (trekpaard). Dat paard trok alles wat je bedenken kon vooruit, o.a. een malle jan, waar de boom onder een hoge as hangt, een zware ploeg op het land en bij de ontginning in de Peel. Al was de vracht ook zo groot en zwaar, het paard nam de vracht mee als Jan het gebood. Dat lag ook wel aan de manier hoe hij zijn paard aanmoedigde. In het begin heel rustig met a ju. Daarna met een vloek dat in de verre omgeving te horen was. Het paard spande zijn spieren en zijn schonkige lijf in de burries, en de wagen kwam krakend in beweging. Jan liet het leidsel aan het paardenhoofd los, bromde een bemoedigend woord tegen het paard, en sprong op de wagen. Zo’n sprong was niet zonder gevaar. Het gebeurde wel eens dat de sprong verkeerd uitkwam, maar na een vloek en een volgende poging zat Jan weer op de wagen. Via een opslag, in de de omgeving van Jan, was zijn wagen geladen met bomen voor de zagerij en Kuipenmakerij Groenenweg in Gemert. Het hout kwam uit het Duitse Woud.
Regelmatig trok Jan met paard en kar de Peel in. Voor hemzelf en de klotboer haalde hij turf uit de Peel en heideplaggen voor de boeren die dat mengden met mest uit de potstal voor bemesting op de akkers. Kunstmest was in die tijd 1892 nog niet erg aanwezig. Al in 1840 legde de Duitse chemicus Justus von Liebeg een theorie basis van mineralen voeding in ontwikkeling. Pas in 1910 kwam door Fritz Haber de kunstmest fabricage echt op gang en verdween langzaam de potstal naar de groepstal. Inmiddels had het paard van Jan Spieren (van der Kruizen), de hoge leeftijd bereikt en moest vervangen worden door een ander paard. Het zal woensdag 18 maart 1896 zijn geweest dat Jan op de Hazeldonk, tijdens het vervoeren met een kar geladen met hout, een ongeluk kreeg. Door het schichtig worden van het paard geraakte Jan onder de zware kar. Zwaar gewond werd de voerman opgenomen in het gasthuis in Gemert. Zijn toestand was zo ernstig dat hij reeds de laatste H. Sacramenten ontvangen heeft. Enkele dagen later stierf Jan van der Kruizen beter bekend als Jan Spieren, of het Spierke, in het bijzijn van zijn familie. Langzaam vervaagde met de jaren ook de bijnaam Spieren.
Bron: Courant Zuid Willemsvaart 21-3-1896. Dorpse bijnamen P. v/d Wijst. (Foto: Heem Medelo).