
Wat kan de plaatselijke politiek doen aan vrede?
Vrede dichtbij huis
GEMERT-BAKEL - In dit moderne tijdsgewricht is vrede op aarde verder weg dan ooit. Het lijkt wel of de halve wereld elkaar aan het beschieten is. Kun je daar als inwoner of als plaatselijke politieke partij van Gemert-Bakel ook maar iets tegen doen? De Ambassade van Vrede Gemert-Bakel stelde jongstleden zondag, op de Internationale Vrouwendag, dat vrede dichtbij huis begint…
Door Simon van Wetten
Het doel van het organiseren van de door een kleine vijftig belangstellenden bezochte verkiezingsdialoog, jongstleden zondag in de kapel van klooster Nazareth, was een bewustwordingsproces op gang te brengen. Dat deed de Ambassade van Vrede door vooraf aan de politieke partijen van Gemert-Bakel een Handvest voor Gemeentelijke Vrede te sturen. Daarin staan concrete ideeën aangaande de manier waarop gemeenten hun steentje bij kunnen dragen als het gaat om duurzame vrede. Of het ideeën waren die hout snijden? Dat werd vervolgens met een panel van vertegenwoordigers van de politieke partijen besproken. Annelies Rooijakkers was namens de Ambassade de gespreksleider. Zij leidde de ochtend in met de woorden: “Aan de grote wereldconflicten kunnen we weinig doen, maar de vrede dichtbij, díe kunnen we bewaren. We gaan geen echt debat voeren, maar een gesprek. Een dialoog over wat je in de plaatselijke politiek kunt doen aan vrede.”
Het bleek een moeilijke opgave. In één zin een speerpunt noemen, dat ging nog wel. Toon Coopmans van de Dorpspartij: “Door aan hoor en wederhoor te doen en de verbinding te zoeken.” Stefan Janszen van het CDA: “Iedereen kan meedoen, niemand valt tussen wal en schip.” Anne van Berlo van de VVD: “Communicatie. Dus luisteren naar elkaar, zorgen dat men zich gehoord voelt.” Thérese v.d. Eventuin van Sociaal Gemert-Bakel/Groen Links/PvdA: “Menselijke waardigheid, ruimte voor iedereen, identiteit en diversiteit.” Helloise Claassen van Politiek op Inhoud: “Een samenleving creëren waarin mensen veilig zijn.” En Mariëtte van Erp van D’66: “Sociale rechtvaardigheid en een fatsoenlijke samenleving, waarin mensen niet worden gemangeld.”
Zonder meer mooie gedachten en wensen, maar niet erg concreet. In het genoemde Handvest staan veertien voorbeelden die wél concreet zijn. Teveel om ze hier allemaal te noemen, maar een greep daaruit: Burgerschapsprogramma’s. Die bevorderen respect voor diversiteit en stimuleren vreedzaam samenleven; Gesprekken stimuleren óver culturele, religieuze en sociale scheidslijnen heen; Het waarborgen van eerlijke toegang tot middelen en diensten; Jongerenprogramma’s, vooral gericht op risicogroepen, die alternatieven bieden voor criminaliteit en geweld; Sociale integratie bevorderen door ervoor te zorgen dat migranten en vluchtelingen toegang hebben tot basisvoorzieningen zoals gezondheidszorg, onderwijs en huisvesting.
Het meest uit de verf kwam het onderwerp over hoe wij om dienen te gaan met onze jeugd en hoe we de jeugd moeten betrekken bij het bedenken en uitvoeren van plannen. Over migratie en vluchtelingenstromen werd onder andere vastgesteld dat onbekendheid met andere culturen angst creëert en dat de woningnood nog wordt versterkt door de komst van migranten. Tja, spreek je daar als raadslid maar eens waarachtig over uit. Dat valt niet mee. Een goede suggestie was dat raadsleden eerst een keer zonder publiek, pers en camera’s erbij dit soort dillema’s moeten bespreken. Hoe ga je met deze problematiek om?
Maar verder werd het deze zondagochtend vooral duidelijk dat zo’n nobel, maar ook utopisch onderwerp als ‘vrede’ niet erg past in de periode dat de politieke partijen in de verkiezingsmodus staan. Het gesprek neigde af en toe toch naar een debat. John Lennon gaf in zijn song ‘Imagine’ al heel wat antwoorden op de vraag hoe vrede bereikbaar wordt. Het was daarom een goede keuze om dat lied in de pauze met z’n allen te zingen.