
Soraya Beygi strijdt vanuit Gemert voor een democratisch Iran
'Vrije verkiezingen zijn niet vanzelfsprekend'
GEMERT - Nederlanders mogen deze week naar de stembus om een nieuwe gemeenteraad te kiezen. Dat is niet vanzelfsprekend. In veel landen zijn geen vrije verkiezingen en is de wil van een onderdrukkend regime wet. De Iraans-Koerdische Soraya Beygi, haar man en hun drie kinderen moesten de dictatuur in hun geboorteland ontvluchten, omdat ze hun leven niet meer zeker waren. Soraya woont nu 33 jaar in Gemert, maar blijft zich actief inzetten voor vrede, veiligheid en vrijheid in Iran. Om meer mensen bewust te maken van wat er in Iran werkelijk aan de hand is, deelt ze haar ervaringen.
Van de redactie
Leven in Iran had voor Soraya twee gezichten. Ze had een eigen huis, een gezin en zij en haar man waren docent. Toch was ze haar leven niet langer zeker. Vanwege haar politieke betrokkenheid werd ze gevangengenomen en gemarteld. De ervaringen die ze daar opdeed, hebben haar verdere leven blijvend gevormd. “Ik weet wat gevangenis betekent. Ik weet wat het betekent om te leven in een systeem dat de stem, keuzes en het leven van mensen volledig wil controleren.”
Tijdens haar gevangenschap leefde ze voortdurend in angst. “Toen ik in de cel zat, hoorde ik kogels. In die momenten verwachtte ik niet dat ik in leven zou blijven. Ik wist niet of mijn gezin het zou overleven.” Veel mensen uit haar generatie hebben het volgens haar niet gered. “Duizenden en duizenden landgenoten zijn afgeslacht.”
De situatie in Iran werd voor Soraya en haar gezin uiteindelijk zo gevaarlijk dat ze moesten vluchten. Haar man wist eerder te ontsnappen uit de gevangenis. Zelf bleef Soraya nog een tijd vastzitten, terwijl haar kinderen elders ondergebracht waren. Uiteindelijk lukte het haar om met hulp van anderen het land te verlaten. De reis was lang en gevaarlijk. Via Griekenland en Italië kwam ze uiteindelijk in Nederland terecht.
Eerst verbleef het gezin drie maanden in Slagharen. Daarna kregen ze een woning in Gemert, waar Soraya inmiddels al 33 jaar woont. Het begin in Nederland was niet eenvoudig. Ze sprak de taal niet en moest een nieuw leven opbouwen in een onbekende omgeving. Toch voelde ze al direct dat ze hier iets had wat in haar geboorteland ontbrak: vrijheid.
“Mijn vader vroeg ooit aan mij: wat heb jij daar in Nederland? Ik zei: ik heb misschien niets, geen eigen huis meer, veel familieleden en vrienden en mijn baan verloren, maar ik heb vrijheid. Vrijheid is alles.”
Die vrijheid gebruikt Soraya om zich in te zetten voor mensen in Iran die die vrijheid niet hebben. Ze is al jaren actief binnen organisaties van Iraanse oppositieleden en vluchtelingen. In Nederland begeleidt ze onder andere vrouwen en leraren die in ballingschap leven. “Ik wil een versterker zijn van de stemmen van duizenden vrouwen en mannen in de gevangenissen,” zegt ze. “En van moeders die enorm lijden om hun dochters en zonen, en van families die hun geliefden hebben verloren.”
Volgens Soraya is het belangrijk dat mensen begrijpen wat er in Iran gebeurt. “Bewustwording kan helpen voorkomen dat er nog veel langer zoveel het bloed wordt vergoten. Wanneer de wereld het weet, wordt het moeilijker voor dictaturen om mensen in stilte te doden.”
Ze benadrukt dat het Iraanse volk al decennialang onder onderdrukking leeft. Niet alleen onder het huidige regime, maar ook onder de voormalige Sjah. “Ons volk wil geen enkele vorm van dictatuur. Wij hebben onder beide systemen geleden.” Daarom is haar boodschap duidelijk: “Geen Sjah (alleenheersende koning,red.) en geen Ayatollah (dictatoriale religieus leider, red). Wij willen vrijheid, waardigheid, gelijkheid en rechtvaardigheid.”
De recente protesten in Iran laten volgens haar zien dat veel mensen dezelfde wens hebben. “Tijdens de opstanden hebben mensen in meer dan 400 steden laten zien wat ze willen. Ze willen geen dictatuur in welke vorm dan ook. Dat andere landen oorlog voeren tegen Iran, kan helpen om het bewind te verzwakken, maar ook van binnenuit, op de grond zal er door het Iraanse volk verenigd meer slagkracht ontwikkeld moeten worden, om het regime omver te kunnen werpen. Dat is lastig want mensen zijn lamgeslagen en weten niet meer wie ze kunnen vertrouwen. Toch is het de enige weg.”
Hoewel Soraya al meer dan drie decennia in Nederland woont, blijft haar hart bij Iran. Ze neemt deel aan demonstraties in verschillende Europese steden en probeert via interviews en bijeenkomsten aandacht te vragen voor de situatie in haar geboorteland. Stoppen met activisme is voor haar geen optie. “Ik kan nooit een protest overslaan. Dat kan ik niet.”
Met Nationale Raad van Verzet van Iran (NCRI), een politieke verzetsorganisatie die zich presenteert als parlement in ballingschap, strijdt ze voor tien punten die de basis moeten vormen voor een vrij en democratisch Iran: 1. afwijzing van religieuze dictatuur, 2. een republiek gebaseerd op vrije verkiezingen, 3. vrijheid van meningsuiting pers- en politieke partijen, 4. afschaffing van de doodstraf, 5. scheiding van religie en staat, 6. volledige gelijkheid tussen vrouwen en mannen, 7.onafhankelijke rechtsspraak en rechtsstaat, 8. gelijke rechten voor etnische groepen en nationaliteiten, 9. een moderne economie met respect voor privé-eigengedom, investeringen en het milieu en 10. een niet-nucleair Iran dat in vrede met de wereld leeft.
De motivatie voor deze strijd komt niet alleen voort uit politieke overtuiging, maar ook uit haar liefde voor het land en zijn cultuur. Iran, het vroegere behoort volgens haar tot de oudste beschavingen ter wereld en heeft een rijke geschiedenis van wetenschap, kunst en literatuur. “Het Iraanse volk staat van oudsher bekend om haar gastvrijheid, naastenliefde, hoge kennisniveau en verdraagzaamheid” zegt ze. Juist daarom gelooft ze dat Iran een andere toekomst verdient. “Een land met zo’n lange beschaving en zo’n rijk volk verdient vrijheid en democratie. We moeten niet achteromkijken, maar de blik op de toekomst richten."
Of ze ooit terugkeert naar haar geboorteland? Daar hoeft Soraya niet lang over na te denken. “Als Iran vrij wordt, ga ik meteen terug,” zegt ze. “Niet om voor mezelf iets op te bouwen, maar om mensen te helpen. Er is nood aan medische zorg, aan voedingsmiddelen, aan mogelijkheden om zelf een bestaan en samen een democratie op te bouwen."
Tot die dag blijft ze haar verhaal vertellen. Want zwijgen, zegt ze, is geen optie. “Wij leven hier in een vrij land. Daarom hebben we ook een verantwoordelijkheid om te spreken, totdat het Iraanse volk echte vrijheid krijgt." Tot slot roept ze alle Nederlanders op om te gaan stemmen. "Want het is echt een voorrecht om in een vrij en democratisch land te leven, daar moeten we samen sterk voor maken."