
Het kan dus wél
Voor niemand zal het als een verrassing komen dat moderne personenwagens uitpuilen van de technologie, zowel om het comfort als de veiligheid te dienen. Volgens experts doet die complexiteit de betrouwbaarheid geen deugd en als je je oor her en der te luisteren legt in de autobranche, zul je eerst spookverhalen horen over dealers en klanten die grijze haren krijgen van de storingen. Het probleem is dat pas echt een zuiver beeld van de productkwaliteit ontstaat naarmate de jaren verstrijken en een model op leeftijd raakt. In die zin kan ik interessante conclusies trekken uit de aankoopadviezen die ik voor verschillende magazines over youngtimers en oldtimers samenstel. Daarvoor doe ik steevast een beroep op een expert in het desbetreffende type auto en ga ik samen met zo iemand de diepte in. Vele tientallen van die documenten heb ik door de jaren heen samengesteld en ja, dikwijls klopt de borrelpraat die je op feestjes hoort min of meer.
Dat je gruwelijk kunt leeglopen op een Maserati Quattroporte V of een Range Rover L322, zal voor weinigen als een volslagen verrassing komen. Zo’n automobiel, hoe begeerlijk ook, moet je niet willen aanschaffen als je van een modaal salaris leeft, want dan eindigt het in een tranendal. Dan maar iets degelijk Duits om er toch dik bij te zitten? Mwoah. Een Mercedes-Benz S-Klasse W221 (laat de W220 staan!) of een Porsche Cayenne van de eerste generatie blijft langer heel en laat qua elektronica zich minder snel lamleggen door vocht, maar vroeg of laat krijg je toch serieuze reparaties aan je broek en de kosten daarvan liegen er niet om, want naast schrikbarende onderdeelprijzen gaan er al gauw een hoop uurtjes in zulke klussen zitten. Trouwens, het is helemaal niet zo vanzelfsprekend dat de vervangende componenten überhaupt nog worden geleverd en ja, geen bedrijf in de aftermarket gaat even een computer namaken.
Betekent de aanwezigheid van een hoop toeters en bellen aan boord dan automatisch dat zo’n voertuig je portemonnee leegzuigt? Je zou het haast denken, tenzij je mijn aankoopadvies leest over de Lexus LS 460 en LS 600h uit de periode 2006 tot 2017. Gezien de reputatie van het merk had ik reeds vrij hoge verwachtingen van de betrouwbaarheid, maar wat de techneut die bij een dealer werkt mij vertelde, deed mijn mond openvallen van verbazing. Laat ik het zo zeggen: het lijstje met aandachtspunten dat je bij de hand kunt houden zodra je een kandidaat gaat bezichtigen is bijna de helft zo kort als bij menig compacte youngtimer of middenklasser van die leeftijd. Het kan dus wél. Ook in de huidige tijd overigens, want van een vriend die bij multimerkendealer werkt weet ik dat Toyota met kop en schouders boven de meeste concurrenten uitsteekt. Misschien heeft het dan toch iets te maken met de Japanse moraal, die voorschrijft dat je alles uit de kast trekt om de klant een zorgeloze ervaring te bieden. I rest my case.
Aart van der Haagen