
On fleek
Er was een tijd, niet eens zo heel lang geleden zelfs, dat ik ervan overtuigd was dat ik erg goed op de hoogte was van ‘de taal van tegenwoordig’. Ik wist dat ‘cool’ zeggen niet cool was en dat ‘gaaf’ iets was wat alleen boomers over hun lippen krijgen (zelfs als genoemde ‘boomer’ eigenlijk gewoon een late millenial is). ‘Ik ga osso’ was ‘ik ga naar huis’ en ‘omin lauwe pattas’ waren gewoon ‘erg mooie schoenen’. Ik was hartstikke hip.
En toen ging het mis. In een paar jaar tijd ben ik van ‘nog best wel op de hoogte’ naar ‘hopeloos ouderwets’ gegaan. Laatst vertelde een leerling me dat ze ‘fix’ had gehad met carnaval. “Oh, had je sjans?!” zei ik. De blik die ik kreeg zat ergens tussen milde spot en meelijwekkend in. Schijnbaar is ‘sjans hebben’ iets wat alleen maar mensen zeggen die ook nog het woord ‘hip’ gebruiken.
Een klein beetje angstig was ik dan ook wel toen mijn oudste begin dit schooljaar voor het eerst naar school ging. Want dat is de plek waar het allemaal gebeurt. Nu zou hij langzaamaan evolueren in een écht schoolkind, met bijbehorende taal. Ik las me in en weet inmiddels alles over “bro”, “six seven” en “skibidi”. Helemaal klaar voor het moment dat hij thuis zou komen en ik de vertaalbrug zou moeten slaan tussen hem en mijn vriend. Als bijdetijdse moeder natuurlijk.
En daar was mijn moment! Drie jongetjes van 4 à 5 jaar kwamen gezellig spelen. Ik zat er met al mijn kennis helemaal klaar voor. “Kijk! Dit is echt cool!” riep er ééntje. “Ja! Vet cool!” riep de ander. Vet. Cool. Stond ik dan, met drie kinderen die met elkaar praatten alsof het 2008 was. Misschien komt het nog, wie weet vliegen volgend jaar de ‘bro’s’ en ‘on fleeks’ me wel om de oren. Maar voorlopig zegt die van ons nog gewoon dat het ‘super duper laat’ is. Gelukkig. Ik ben nog helemaal hip. Nog steeds.
Saartje