
Pastoor Issag Jesudass
GEMERT-BAKEL – Vijftig jaar geleden geboren en vervolgens getogen in het verre India, in het dorpje Poolangudi in de staat Tamil Nadu. Pastoor Issag Jesudass legt uit: “India heeft tweeëntwintig nationale talen. Tamil is er één van. Het is bovendien een klassieke taal, vergelijkbaar met Grieks of Latijn. Er wonen in Tamil Nadu 75 miljoen mensen. Nog geen 3% van de mensen is christelijk, waarvan ongeveer de helft katholiek. De Heilige (‘ongelovige’) Thomas, een van de apostelen, kwam in 52 na Chr. via Syrië in India terecht en verspreidde er het geloof.”
Gelooft u?
Ik geloof heel sterk. Zonder de Heer kan ik niets. Ik ben katholiek opgevoed, mijn voorouders waren generaties lang eveneens katholiek. Na de middelbare school ging ik naar het seminarie en na mijn priesterwijding werd ik priester van de H.G.N.-congregatie, Herauten van het Goede Nieuws. Doelstelling is de missie; waar we nodig zijn, daar gaan we naartoe. Na drie jaar van voorbereiding word je uitgezonden. Tijdens die preparatie heb ik nog een extra theologische studie gevolgd. Er waren al wat collega’s in Nederland, in ’s-Hertogenbosch, en zij vroegen of ik ook kwam. Sinds 2024 ben ik priester van dit bisdom.
Wat is uw grootste deugd?
Nederland was voor mij totaal onbekend. Een andere wereld! Bisschop Hurkmans ontving mij met een diner. Na negen maanden intensief de taal leren kreeg ik een parochie, Aalst, al snel aangevuld met Waalre en Valkenswaard. Ruim vijf jaar later werd dat Veghel, een grote parochie met zeven of acht kerken. Weer vier jaar later, op 1 juni 2021, liet het bisdom weten dat ik nodig was in Gemert. Een deugd is dus misschien de bereidheid om telkens weer de vertrouwde omgeving te verlaten.
Wat is uw grootste zonde?
Dat is het vallen en opstaan met betrekking tot het accepteren dat in Nederland heel anders wordt aangekeken tegen een pastoor dan in India. Daar heeft de pastoor nog de positie die hier zeventig of tachtig jaar geleden normaal was. Er is een groot verschil tussen waar ik ben opgegroeid en hier. Ik vraag daar begrip voor, en begrijp tegelijkertijd heel goed dat ik mij moet aanpassen.
Wat koestert u het meest?
De parochie die aan mij is toevertrouwd. Er zijn, ondanks de terugloop in het kerkbezoek, nog veel mensen bij wie het geloof houvast biedt. Ik zie dat bijvoorbeeld bij de gilden en hun tradities op religieus gebied, maar ook bij de jaarlijkse KBO-mis, de carnavalsmissen en bij de dames van Zij-Actief, die mij elk jaar vragen een mis bij hen te doen. Nee, ik leg mij niet neer bij de genoemde teruggang, maar ben niettemin ook heel reëel.
Wat stuit u het meest tegen de borst?
Ik vind het heel jammer dat sommige kerken, vanwege het weinige kerkbezoek, gesloten moeten worden.
Waar kunt u van genieten?
Je kunt als pastoor niet kiezen in welke parochie je terecht komt. Maar ik ben heel gelukkig met deze plek, ik ben hier zeker op mijn plaats en doe mijn herderlijk werk met liefde en overgave.
Van wie kunt u nog wat leren?
Van wieg tot graf leert men. Ik leer in mijn spirituele leven van de Heer. Ik lees iedere dag de liturgieën en in het evangelie. Dat zijn bronnen om te leren.
Achter welke deur zou u wel eens een kijkje willen nemen?
Ik ga graag elk jaar naar India, naar mijn broers en hun gezinnen. Mijn ouders zijn er helaas niet meer, maar de familieband blijft voor mij erg belangrijk.
Met wie zou u wel eens een weesgegroetje willen bidden?
Wij zijn pelgrims in een tijdelijke wereld. In die periode nemen we een aanloop naar een volgend leven, dáár kan ik degenen terugzien met wie ik heel graag een weesgegroetje wil bidden.
Heeft u verder nog iets op te biechten?
Elk kerkgebouw heeft z’n eigen accent, z’n eigen typering, gebouwd, aangebracht en onderhouden door degenen die in eerdere jaren en eeuwen hier leefden. Ik nodig u allen uit het geloof en daarmee het kerkgebouw in stand te houden.