Afbeelding

Diny Andriessen

GEMERT – Een mooi woord: provinciehoofdstedelinge. Diny Andriessen heeft in haar jeugd die titel kunnen voeren, zij is in ’s-Hertogenbosch geboren en opgegroeid in een gezin met vijf kinderen. “Mijn vader was huisschilder. Ik ben na de Mulo naar de Sociale Academie gegaan en ben in 1990 naar hier gekomen. Dat was vanwege een baan in Helmond, samen met mijn echtgenoot hebben we toen een geschikte woonplek in Gemert gevonden. Later heb ik gewerkt in de bieb, die toen nog in de Gerarduskerk was gevestigd. Ook was ik vrijwilliger in de Wereldwinkel, bij Amnesty International heb ik scholingswerk gedaan en nu werk ik in het Inspiratiepunt op het Ridderplein, voorheen de VVV.”

Geloof je?

In mensen, in het goede wat zij doen. Tuurlijk, dat levert weleens teleurstellingen op, maar toch. En als je geboren bent in de buurt van de Bossche Sint Jan  ̶̶̶̶ ik liep daar als bruidje mee in de processies  ̶̶̶̶ en je moeder is geboren in bedevaartsoord Kevelaer, dan zit ’t kaarsje bij Maria verankerd in je DNA.

Wat is je grootste deugd?

Ik kan goed luisteren. Ik heb in Eindhoven in een opvangcentrum voor vrouwen gewerkt. Daar kwamen vrouwspersonen van zeer divers pluimage en zo heb ik geleerd dat mensen de meest uiteenlopende achtergronden hebben. Dus daar schrik ik niet meer van, ik heb een open oor voor wie dan ook.

Wat is je grootste zonde?

Ik vind loslaten heel lastig. Ik ben de jongste van ons vroegere gezin en dan maak je, ouder wordend, vaak mee dat iemand uit je familie je ontvalt. Daar kan ik moeilijk mee omgaan. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld een dementerend familielid, want ook met hem of haar kun je dan niet meer over ‘vruuger’ praten.

Wat koester je het meest?

Jan, mijn man, onze twee kinderen en vijf kleinzonen. Verder speciale aandacht voor de zang en vooral ook de vriendschap van ons Strijdliederenkoor Zwaovel en Salpaeter. We zingen en repeteren elke dinsdag en treden af en toe op. Maar de gemiddelde leeftijd stijgt onstuitbaar en ook daar valt af en toe iemand weg. En ‘links’ is uit, dus nieuwe aanwas, dat lukt niet.

Wat stuit je het meest tegen de borst?

Het ‘wij-en-zij denken’, het wegkijken, en de politici die ons doen geloven dat de asielzoeker, de migrant, de ultieme vijand is en dat de vluchteling schuld heeft aan de woningnood en meer van dat soort onzin.

Waar kun je heimelijk van genieten?

Van thee met een groot stuk chocolade erbij en dan naar een ontspannende romcom kijken. Geen gedoe en je weet dat het goed afloopt. Zeker na het tegenwoordige journaal geeft dat wat tegenwicht. 

Van wie kun je nog wat leren?

Van iedereen die taai genoeg is om na verlies en teleurstelling weer op te krabbelen. Er zit heel wat kracht in de mensen en daar kun je van leren.

Achter welke deur zou je wel eens een kijkje willen nemen?

Achter de deur van Geert Wilders. Ik zou hem willen vragen of dat voortdurend politiek vuurtje stoken met betrekking tot de migratie opweegt tegen de beperking van zijn eigen vrijheid. De man moet immers constant bewaakt worden. Ja, ik denk dat het een goed gesprek zou opleveren.

Met wie zou je wel eens een weesgegroetje willen bidden?

Met mijn vader. Hij is in de oorlog opgepakt en tewerk gesteld in de havens van Hamburg. Hij maakte er de geallieerde bombardementen mee. Daar heeft hij later altijd over gezwegen, dat wijst dus op een trauma. Het werkte dóór op en in ons gezin. Ik zou nu tegen hem zeggen: "Práát met me!” Zodat ik hem alsnog kan begrijpen.

Heb je verder nog iets op te biechten?

Ja, nog even dit: als onafhankelijk en neutraal landje had Gemert van oudsher aantrekkingskracht op allerlei mensen uit verschillende culturen. Zij lieten zichtbare sporen na die je vandaag de dag nog terugziet in het straatbeeld. Nog altijd is Gemert de plek waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en inspireren. Eigenzinnig en gastvrij. Wat een goed voorbeeld!