
Simon van Wetten viert koperen jubileum als correspondent Gemerts Nieuwsblad
Verankerd in de dorpssamenleving
GEMERT-BAKEL - Het eigenaardige van tijdsbesef is dat pak ‘m beet twaalf-en-een-halfjaar vóóruit kijken de indruk geeft dat er een enorm tijdperk moet worden overbrugd. In ons geval nadert tegen die tijd het jaar 2040 met rasse schreden. Omzien naar de afgelopen twaalf-en-een-halfjaar geeft evenwel het gevoel van ‘een vloek en een zucht’. Voorbij gevlogen! Het waarom van deze licht-filosofische overweging? Ik ben 12½ jaar correspondent van het Gemerts Nieuwsblad.
Door Simon van Wetten
Toen ik in oktober 2013 solliciteerde had ik nog twee andere banen; parttime in het onderwijs, en ook twee dagen per week op het gemeentearchief. Maar de annonce in het Gemerts Nieuwsblad trok me aan. Ik schrijf nu eenmaal graag. Mijn eerste klus: de allereerste Gemertse dorpsquiz verslaan, op zaterdag 2 november van dat jaar. Dat deed ik door aan te sluiten bij het team van de Broek- en Kromstraat en vervolgens te proberen de hectiek van die avond in woorden te vatten. Dat lukte best aardig en het smaakte naar méér.
In die tijd had het GN nog een weekend- én een midweekeditie, er was altijd wel behoefte aan allerlei artikelen. En dus beschreef ik de viering van de herinrichting van het Gemerts centrum, leidde het verhaal over ‘Zeshonderd jaar status aparte’ van Gemert in met te stellen dat die status van vrije, soevereine heerlijkheid paste bij de Asterix-intro dat één dorpje moedig weerstand bood en benoemde Ido Cranen, die – wars van opsmuk en stropdas – de prestigieuze Brabant Bokaal 2013 in ontvangst mocht nemen meteen maar tot Veltheer, uiteraard bewust met een ‘t’ gespeld. Het waren de eerste pennenvruchten in de aanloop naar een kleine dertienhonderd artikelen over het wel en wee van de zeven kerkdorpen van Gemert-Bakel, soms met Boekel en heel soms met Laarbeek erbij.
Hoofdredacteur Marcel Bosmans kwam met het idee van de rubriek ‘In de Biechtstoel’, een fantastisch format, want ondanks het feit dat altijd dezelfde tien vragen worden gesteld, leverde die reeks tot nu toe zo’n 340 uiteenlopende levensverhalen op, die blijkbaar met graagte door u, het lezerspubliek, worden gelezen én die in het jaar 2300 door een historicus kunnen worden gebruikt om de dorpse samenleving uit het begin van de 21e eeuw te reconstrueren en zo uit te leggen wat een ‘dorp’ ook alweer precies was.
Columns schrijven is óók heel leuk en bovendien een heel ander metier dan een diamanten bruidspaar interviewen of een verslag te doen van ‘Griebelgrauw in de sneeuw’, Koninklijke Onderscheidingen, oud-Indiëgangers die hun verhaal doen, een recensie van een toneel- of muziekuitvoering, een springlevend Zonnehoekje, de opheffing van Mannenkoor ‘Van Wôr Ik Ben’, het dirigeren bij Excelsior in de Maestro-competitie, STEMP dat Shrek naar Gemert haalt, de allerlaatste mis in de Gerarduskerk, de pieper die bij brandweerlieden het levensritme bepaalt, het korter worden van het rode potlood tijdens een verkiezingsdag, boekpresentaties, een terugblik van beeldhouwer Toon Grassens op zijn oeuvre, een expositie over vliegtuigcrashes boven Gemert-Bakel tijdens de Tweede Wereldoorlog, spelen met de wind tijdens het Vliegerfestijn op Koks, het Zebrafestival en de diverse Kindervakantieweken, een terugblik op de elfhonderdenachttien radio-uitzendingen van Arno Maas’ ‘Met de zachte G’, de Proeftuin Elsendorp, het verhaal over Bieke, de hulphond van Iris, het 50-jarig jubileum van Gerard van Lankveld als keizer van Monera, de diverse tentoonstellingen in het gemeentehuis, de gijzeling van 11 mei 1940 op het Ridderplein, de Gemert-Bakelse prestaties tijdens de Nijmeegse Vierdaagse en nog honderden onderwerpen meer.
Welke schrijversdiscipline ook wordt vereist, het voorafgaande interview, het aanwezig zijn bij een uitvoering, een opening of een evenement, het leren kennen van mensen uit alle kerkdorpen -af en toe ook nog uit Boekel en Laarbeek én sowieso van uiteenlopende pluimages- maakt het correspondentschap voor mij tot een fijne en warme aangelegenheid. Je raakt verankerd in de dorpse samenleving en dat levert telkens weer een prettige gewaarwording op.
U begrijpt, u zult mij niet horen klagen als ik er nóg eens twaalf-en-een-halfjaar aan vast mag plakken. Maar of dat lukt? Dat is niet alleen leeftijd-technisch onderhevig aan zoveel onzekere factoren en omstandigheden dat ik voorlopig gewoon de dag pluk en met blijheid de momenten blijf begroeten dat er door de redactie van het Gemerts Nieuwsblad een nieuwe klus op mijn bordje wordt gelegd…