Afbeelding

Martien Bankers zwaait af als wethouder in Gemert-Bakel

‘Als je samenwerkt en realistisch blijft, kom je het verst’


GEMERT-BAKEL - Na bijna twee decennia in de lokale politiek zet Martien Bankers uit De Mortel een punt achter zijn bestuurlijke loopbaan. Als raadslid en later wethouder namens Lokale Realisten in Gemert-Bakel hield hij zich onder andere bezig met economie, duurzaamheid en recreatie. Nu, op 71-jarige leeftijd, vindt hij het mooi geweest. “De balans slaat positief uit,” zegt hij nuchter. “Maar honderd procent tevreden? Nee, dat kan niet in dit vak.”

Door Marcel Bosmans

Zijn politieke betrokkenheid ontstond niet vanuit een uitgesproken ambitie om bestuurder te worden. Integendeel. “Ik ben er eigenlijk ingerold,” vertelt Bankers. “Ik luisterde vroeger vaak naar raadsvergaderingen. Dat boeide me, zeker hoe volkvertegenwoordigers als mijn dorpsgenoot Joek Vlasblom hun verhaal brachten. Op een gegeven moment dacht ik: ik ga eens luisteren bij een partij.” In 2007 begon hij als burgerraadslid. “Niet met het idee: ik wil de raad in of wethouder worden. Dat is op mijn pad gekomen.”

Die stap paste bij zijn maatschappelijke betrokkenheid, die al langer zichtbaar was. Bankers was actief in het verenigingsleven -onder meer bij voetbalclub MVC, carnavalsstichting De Krulstarte en Gemerts Landschap- en runde de plaatselijke horecagelegenheid De Koperen Hoorn. “Ik ben altijd bezig geweest met de gemeenschap. Dan is de politiek een logisch verlengstuk.”

De overgang van ondernemer naar politicus vergde wel aanpassing. “In het bedrijfsleven neem je snel besluiten. In de politiek zit je in processen die maanden duren. Dat was wennen.” Ook de schaal veranderde. Waar hij aanvankelijk vooral op de eigen gemeente gericht was, kreeg hij steeds meer te maken met regionale samenwerking. “Dan ga je anders denken. Maar het maakt het ook complexer.”

Die complexiteit werd extra voelbaar in de jaren na de financiële crisis, toen stevige bezuinigingen nodig waren. “We hebben toen hard moeten ingrijpen, ook op het verenigingsleven. Dat was pijnlijk.” Terugkijkend vraagt hij zich af of het tempo anders had gekund. “Misschien had het iets geleidelijker gemoeten. Maar de noodzaak was er. Je maakt keuzes met de kennis van dat moment.”

Als raadslid verdedigde hij het standpunt van zijn fractie, als wethouder moest hij voortdurend schakelen tussen coalitiepartners en andere belangen. “Dat maakt het ingewikkelder. Je kijkt breder, maar je moet ook compromissen sluiten.” Toch denkt hij niet dat het hem als mens wezenlijk heeft veranderd. “Je leert wel dat je achteraf soms anders tegen dingen aankijkt.”

Een van de dossiers waar hij met gemengde gevoelens op terugkijkt, is de discussie over grootschalige zonneparken. “Wij hadden destijds een voorstel liggen dat niet is aangenomen. Achteraf zie je dat we daar misschien een stap vooruit hadden kunnen zetten.”

Communicatie is volgens hem dan ook een van de grootste uitdagingen geworden. “Er komt zoveel informatie op de raad af, zeker met alle regionale samenwerkingen. Het is lastig om duidelijk te maken wat echt belangrijk is.” Tegelijk ziet hij dat gemaakte afspraken niet altijd door individuele gemeenten worden nageleefd. “Als je regionaal iets afspreekt, moet je daar ook naar handelen. Anders wordt het heel lastig.”

Toch zijn er ook resultaten waar hij met trots op terugkijkt. Hij noemt onder meer de lokale aanpak van het Nationaal Isolatieprogramma. “Waar andere gemeenten vaak met grote externe bureaus werkten, hebben wij het bewust klein en lokaal gehouden.” Inwoners kregen zelf de regie en konden kiezen uit lokale bedrijven. “Dat werkte. Het is laagdrempelig en het geld komt direct bij de inwoners terecht.”

Ook de samenwerking met energiecoaches noemt hij een succes. “Dat zijn vaak bekenden uit het dorp. Dan bereik je mensen makkelijker.” Inmiddels loopt Gemert-Bakel zelfs tegen grenzen aan in wat nog mogelijk is qua isolatie. “Terwijl sommige andere gemeenten weer helemaal opnieuw moeten beginnen omdat hun externe bureau failliet is gegaan.”

Daarnaast wijst hij op de oprichting van een gezamenlijk ondernemersplatform in Gemert-Bakel, de nieuwe mobiliteitsvisie en stappen die op het gebied van burgerparticipatie zijn gezet. “We hebben geleerd dat je mensen op verschillende manieren moet laten meepraten. Niet iedereen zegt iets in een zaal, maar via briefjes of formulieren komt er ook veel waardevolle input.”

Een concreet voorbeeld is de gebiedsontwikkeling rond de Peeldijk in Handel. “Dat dossier lag al jaren. We hebben nu samen met alle betrokkenen de hele puzzel gelegd en een visie neergezet die is goedgekeurd. Dan kun je verder.” Tegelijk zijn er ook teleurstellingen, zoals het dossier rond de uitbreiding van het Bakelse bedrijventerrein De Bolle Akker. “Daar hebben we veel energie in gestoken, maar het liep vast, vooral omdat door de strikte opstelling van de provincie weinig bewegingsruimte was. Dat is frustrerend.”

Het typeert volgens Bankers het spanningsveld waarin een wethouder opereert. “Je zit tussen gemeente, regio en provincie in. Iedereen heeft zijn eigen belangen en regels. Dan is het soms zoeken naar ruimte.”

Dat het werk nooit af is, maakt stoppen extra lastig. “Er liggen nog dossiers die ik graag had afgerond, zoals huisvesting voor arbeidsmigranten en het vastgoedbeleid buitensport.” Toch staat zijn besluit vast. “Mijn leeftijd speelt een rol, maar ook wat je in je omgeving meemaakt. Dan ga je anders naar dingen kijken. Kwaliteit van leven wordt dan belangrijker.”

Daar komt bij dat opvolging binnen zijn partij uitbleef. “Ik had gehoopt dat iemand het stokje wilde overnemen. Dat is niet gelukt, onder meer door privéomstandigheden. Dan moet je ook eerlijk zijn: als de energie er niet meer in zit, houdt het op.”

Hij ziet dat het steeds moeilijker wordt om mensen te vinden voor de lokale politiek. “De tijdsinvestering is groot. Als raadslid ben je meerdere avonden per week bezig, naast je werk. Dat schrikt af.” Volgens hem vraagt dat om een andere inrichting van het systeem. “Meer vertrouwen, meer mandaat voor het college en betere informatievoorziening. Dan wordt het werk misschien aantrekkelijker.”

Zijn advies aan zijn opvolger is helder: “Werk samen. Met de ambtelijke organisatie, de raad, de regio en de inwoners. Als je dat doet, kun je meer bereiken dan alleen.”

Zelf kijkt hij met voldoening terug. “Ik heb het gevoel dat ik maatschappelijk iets heb kunnen betekenen.” Tegelijk blijft hij realistisch. “Succes is nooit van één persoon. Dat doe je samen.”

Zijn persoonlijke toekomst ziet hij met vertrouwen tegemoet. Hij wil meer tijd doorbrengen met zijn familie, genieten van zijn kleinkinderen en actief blijven, onder door te jagen en door bedrijven te adviseren. “Stilzitten is niks voor mij.”

En de actieve politiek? Die laat hij los. “Maar ik blijf het zeker volgen.”