Afbeelding

Mens en inhoud staan bij stoppende wethouder Wilmie Steeghs voorop: ‘Tante Mien uit de Wassenaarstraat moet het ook begrijpen’

Nieuws

GEMERT-BAKEL - Na ruim dertig jaar actief te zijn geweest in de plaatselijke politiek en in het lokale bestuur neemt Wilmie Steeghs afscheid als wethouder sociaal domein in Gemert-Bakel. Acht jaar lang zat ze in het college en daarvoor 24 jaar in de gemeenteraad voor de Dorpspartij. In die periode zag ze de gemeente veranderen en leerde ze de mores van het politieke spel kennen, zonder de ‘poppetjes’ uit het oog te verliezen: “Ik ben een mensenmens, maar ook een inhoudsmens. Die combinatie is voor mij altijd leidend geweest.”

Van de redactie

Politiek was in huize Steeghs nooit ver weg. Haar vader was medeoprichter van de Dorpspartij en ook haar moeder was actief. “Aan de keukentafel ging het vaak over wat er beter kon in het dorp,” herinnert ze zich. “Als kind vond ik dat eerlijk gezegd niet zo interessant, maar je krijgt het wel mee.”

Toch duurde het tot 1994 voordat ze zelf de stap zette. Na het plotselinge overlijden van haar vader in 1992 werd haar gevraagd op de kandidatenlijst te gaan staan. “Ik dacht: politiek dat is iets van papa en mama, niet van mij. Bovendien studeerde ik nog. Maar uiteindelijk heb ik ja gezegd, op plek vier. Ik ging er eigenlijk vanuit dat ik toch niet gekozen zou worden.”

Dat liep anders. Met veel voorkeurstemmen kwam ze in de raad. “Toen dacht ik: als zoveel mensen hun vertrouwen in mij stellen, dan moet ik het ook serieus nemen.”

De eerste jaren waren zoeken. Zonder politieke ervaring moest ze haar weg zien te vinden. “Er was een gevestigde orde, er waren ongeschreven regels en eigen gebruiken. Als jonge vrouw moest ik mezelf eerst bewijzen. In plaats van de kat uit de boom te kijken, besloot ik er meteen vol in te gaan. Dat dwong respect af.”

Haar juridische achtergrond bleek een voordeel. Ze begon in de commissie Algemene Zaken en ontwikkelde al snel een duidelijke werkwijze. “De belangrijkste les die ik heb geleerd, is: zorg dat je je dossiers kent. Als je niet weet waar je over praat, sta je altijd op achterstand. Dus ik las alles, ging ter plekke kijken en vormde me een eigen beeld.”

Die focus op inhoud bleef haar hele loopbaan kenmerkend. “Discussies moeten over de inhoud gaan, niet over de persoon. Je zit daar namens inwoners, niet namens jezelf.”

In 1997 fuseerden Gemert en Bakel. Dat bracht nieuwe dynamiek, maar ook spanning. “Het waren geen natuurlijke partners. Er zat emotie, zeker in het begin. Je moest niet alleen nieuwe dossiers leren kennen, maar ook elkaar.”

Volgens Steeghs lukte dat uiteindelijk goed. “We beseften dat je besluiten neemt voor de hele gemeente. Dan moet je over verschillen heen stappen.”

Ook de invoering van het dualisme begin deze eeuw veranderde het politieke landschap. “De rollen van raad en college werden duidelijker gescheiden. Dat was wennen, maar uiteindelijk wel gezond. Al vind ik nog steeds dat het debat soms sterker op inhoud kan.”

In 2018 stond Steeghs voor een moeilijke keuze: toetreden tot de maatschap in de deurwaarderij waar ze werkte, of wethouder worden. “Dat was echt een dilemma. Maar ik dacht: als ik echt het verschil wil maken voor inwoners, moet ik deze kans grijpen.”

Ze koos dus voor het wethouderschap en kreeg het sociaal domein in haar portefeuille. Dat lag voor de hand. “In mijn werk als deurwaarder haalde ik de meeste voldoening uit het helpen van mensen die in de knel zaten. Niet uit het innen, maar uit het bieden van perspectief.”

Als wethouder werkte Steeghs aan een breed scala aan sociaal-maatschappelijke onderwerpen: van armoedebeleid en jeugdzorg tot onderwijs, cultuur en vrijwilligerswerk. Ze is trots op wat er is bereikt. “We hebben als team een stevig fundament gelegd onder het sociaal domein.”

Een van de projecten waar ze fier op is, is het Taalhuis. “Taalvaardigheid en digitale vaardigheden zijn essentieel om mee te kunnen doen in de samenleving. Dat wordt nog vaak onderschat.”

Ook het nieuwe cultuurbeleid noemt ze een hoogtepunt. “Dat hebben we echt samen met inwoners en organisaties op papier gezet. Dat zorgt voor draagvlak én voor een snellere uitvoering.”

Daarnaast wijst ze op initiatieven als jongerenwerk, de doorontwikkeling van dorpsondersteuners en aandacht voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. “Het gaat er om dat mensen mee kunnen doen. Dat is de kern.”

De coronaperiode vormde een grote uitdaging. “Ik had als wethouder ambities en plannen, maar die moesten ineens op pauze. Dat voelde als verlies van tijd.”

Tegelijkertijd zag ze ook de veerkracht van de gemeenschap. “We deden gymnastiek op afstand, zochten manieren om eenzaamheid te doorbreken. Maar het was ook een zware tijd, met name voor gezinnen en jongeren.”

De impact op mentale gezondheid, met name onder jongeren raakte haar. “Dat blijft een punt van zorg. We moeten blijven omkijken naar elkaar. Dat is een gezamenlijke verantwoordelijkheid.” 

Wat haar het meest aanspreekt in het wethouderschap, is de mogelijkheid om mede de koers te bepalen. “Je kunt strategisch sturen en echt iets betekenen voor mensen. Dat vind ik het mooiste wat er is.”

Tegelijkertijd vraagt het veel. “Je bent altijd wethouder, 24/7. In de supermarkt, op straat, overal. Het kost tijd en energie, al krijg je er ook veel voor terug.”

Spijt van haar keuze voor het wethouderschap heeft ze daarom nooit gehad. “Geen seconde. Dit is de mooiste baan die ik tot nu toe heb gehad.”

Als bestuurder wil Steeghs vooral dichtbij mensen staan. “Ik probeer altijd benaderbaar te zijn. Te luisteren, te kijken wat iemand nodig heeft.”

Die houding vertaalt zich ook in haar visie op politiek. “Je moet altijd kunnen uitleggen wat je doet. Niet alleen aan collega’s, maar ook aan iemand aan de keukentafel of een kind op school. Als dat niet lukt, als tante Mien uit de Wassenaarstraat niet begrijpt waar het om gaat, dan moet je jezelf afvragen of je het wel goed doet.”

Verbinding is daarbij het sleutelwoord. Dat is ook wat ik mijn opvolger mee wil geven: “Blijf in contact met inwoners. Je doet het voor hen.” 

Na 32 jaar neemt Steeghs afscheid van de lokale politiek. Wat ze nu gaat doen, weet ze nog niet precies. “Maar besturen zit in mij. Dat wil ik zeker blijven doen, mogelijk ook op regionaal niveau.”

Hoewel ze stopt als wethouder, laat ze Gemert-Bakel niet los. “Het is een bijzondere gemeente, met veel betrokken inwoners. Daar ben ik als ‘Gimmertse’ trots op.”

Haar boodschap aan inwoners is eenvoudig. “Kijk wat meer naar elkaar om. Met begrip en aandacht maak je de samenleving mooier.”

En hoe ze zelf herinnerd wil worden? Ze lacht. “Gewoon als Wilmie. Dat is goed genoeg.”