Tiny houses in Aarle-Rixtel (Foto: Marcel van de Kerkhof, B&D)
Tiny houses in Aarle-Rixtel (Foto: Marcel van de Kerkhof, B&D) Marcel van de Kerkhof (B&D)

Helft minder vergunningen voor tijdelijke woningen

NEDERLAND - In 2025 verleenden Nederlandse gemeenten vergunningen voor ruim 3.000 tijdelijke woningen. Dat is 50 procent minder dan een jaar eerder. Van 2021 tot en met 2025 gaven gemeenten in ons land vergunningen af voor 19.000 tijdelijke woningen, vooral nieuwbouwwoningen (87 procent).  In de gemeente Boekel gaat het in deze periode om twee woningen. In Laarbeek om 69. Voor Gemert-Bakel zijn de aantallen niet bekend. Dit blijkt uit een inventarisatie van het het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat is uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

In de laatste vijf jaar zijn van alle provincies in Noord-Brabant voor de meeste tijdelijke woningen vergunningen verstrekt. Vaak wordt er in een keer een grootschalig project met veel tijdelijke woningen vergund, waarna er een tijdlang minder wordt vergund.

Het aantal tijdelijke woningen waarvoor gemeenten een vergunning verlenen, geeft aan hoeveel tijdelijke woningen er in de nabije toekomst ongeveer gebouwd gaan worden. Tijdelijke woningen zijn woningen die voor een bepaalde tijd, vaak maximaal 10 jaar, mogen worden gebouwd, óf voldoen aan de definitie volgens het bouwbesluit. Tijdelijke woningen kunnen als nieuwe woningen worden gebouwd, of ze kunnen door verbouw ontstaan, bijvoorbeeld door de verbouwing van een kantoorpand naar tijdelijke appartementen.

Tijdelijke woningen zijn bedoeld als antwoord op de knellende woningmarkt, en zijn vooral bestemd voor mensen die moeilijk aan woonruimte kunnen komen. Ze kunnen relatief snel gebouwd worden omdat hiervoor minder strikte regels gelden, bijvoorbeeld op locaties waar tijdelijk geen andere bestemming voor is.

De tijdelijke woningen waarvoor gemeenten een vergunning afgeven zijn bestemd voor verschillende doelgroepen. Veel projecten zijn zelfs bedoeld voor meerdere groepen tegelijkertijd; een gemengde doelgroep. In 2025 waren meer dan duizend tijdelijke woningen bestemd voor een gemengde doelgroep, dat is bijna vier keer zo veel als in 2021. Van doelgroepen die wel bekend zijn, is de groep van statushouders en vluchtelingen, waaronder ook Oekraïners, het grootst. In 2025 waren 707 tijdelijke woningen voor hen bedoeld, dat is drie keer zo veel als in 2021.Het aantal tijdelijke woningen bestemd voor studenten, uitstroom vanuit een opvang en spoedzoekers is afgenomen. In 2025 waren 165 vergunde tijdelijke woningen voor deze groepen bestemd, in 2021 nog 855. Deze doelgroepen vallen nu mogelijk onder de gemengde doelgroep.

In een tijdelijke woning kunnen meerdere huishoudens wonen, omdat een woning uit meerdere onzelfstandige woonruimten kan bestaan. Dit zijn bijvoorbeeld verschillende woonruimten die samen een keuken delen, zoals studentenhuizen, of woonruimten in een zorgcomplex die samen als een verblijfsobject tellen. Het aantal vergunde tijdelijke woonruimten was van 2022 tot en met 2025 twee keer zo hoog als het totale aantal vergunde tijdelijke woningen. De iets meer dan 3.000 woningen in 2025 bieden plaats aan bijna 6.000 huishoudens.