
In de Biechtstoel: Mariëtte Franssen
AlgemeenGEMERT – Geboren en getogen in Meerveldhoven verhuisde Mariëtte Franssen vijfendertig jaar geleden naar Gemert omdat haar echtgenoot Herman directeur werd van een basisschool in Beek en Donk. “Gemert trok als woonplaats net iets meer.” Het leidde al snel tot een heuse onderdompeling in de dorpssamenleving, met allerlei vrijwilligersactiviteiten naast het werk als afdelingsleider op een school in Someren en later het directeurschap van een basisschool in Nuenen. Inmiddels geniet Mariëtte van haar pensioen, maar stilzitten is er niet bij. Integendeel.
Geloof je?
Ja, ik geloof. Niet in een fysieke God. Toch, ik ben opgegroeid in een katholiek gezin. We gingen iedere zaterdagavond naar de kerk, ik ben zelfs bruidje van Maria geweest. Daarna kwam de tijd van de tienermissen, lekkere muziek! De kerk gaf een wekelijks moment van rust in een hectisch leven. Iets wat ik tegenwoordig onder andere ervaar in het Handelse processiepark. Hoe dan ook, het feit dat zoveel mensen bereid zijn wat te doen voor anderen, is de reden waarom ik geloof dat er méér tussen hemel en aarde is. Het geeft reden aan het mens zijn.
Wat is je grootste deugd?
Ik kan kinderen inspireren én ik kan naar ze luisteren. Geen standaardlesjes en daar krijg je dan veel voor terug. Verder ben ik trouw aan de dingen; als ik ergens aan begin geef ik dat niet op. En ik hecht veel waarde aan de contacten met de mensen waarmee ik samenwerk.
Wat is je grootste zonde?
Ik ben nogal ongeduldig, ietwat eigenwijs, ik kan geen ‘nee’ zeggen en daar heb ik last van. Er ligt vaak teveel op m’n bordje. Hoe tegenstrijdig het ook klinkt, ik doe dat alles met groot plezier, of het nu het 4 Mei Comité betreft, of Stichting Leergeld, Amnesty, de Rechtswinkel, het bestuur van het Mignonkoor of de vrijwilligers rond de Oekraïners. Stilzitten zit inderdaad niet in mijn genen.
Wat koester je het meest?
Allereerst het standaard maar o zo oprechte antwoord: mijn gezin en mijn kleinkinderen. Dat betekent tegelijkertijd dat ik me in deze onzekere, verwarrende tijden juist ook voor de kleintjes zorgen maak om de toekomst. Elke donderdag passen wij op alle drie, binnenkort vier, en dat is een feestdag. Verder koester ik mijn vriendinnen. Die groep vormt een ankerpunt voor mij. We hebben samen een kookclub, soms mogen de mannen mee-eten, soms ook niet.
Wat stuit je het meest tegen de borst?
Wanneer mensen om niks klagen, om niks negatieve kritiek leveren zonder goede argumenten en zonder zelf een positieve bijdrage te leveren.
Waar kun je heimelijk van genieten?
Van een zonnige dag. Liefst nog met een terrasje erbij, wat mensen om me heen, zwaaien naar de bekenden die voorbij komen. Verder geniet ik van alle contacten in al mijn bezigheden en ik heb ook een goeie dag als iets dat we hebben bedacht of hebben georganiseerd goed uitpakt of goed is gegaan.
Van wie kun je nog wat leren?
Ik leer van allerlei situaties, dus gewoon door telkens weer nieuwe ervaringen op te doen, én door het feit dat ik daar altijd feedback bij vraag.
Achter welke deur zou je wel eens een kijkje willen nemen?
Ik heb al achter veel voordeuren kunnen kijken en heb daardoor ook veel aardige mensen ontmoet. Al in de tijd dat we in Gemert kwamen wonen en rondfietsten om het dorp te leren kennen, werd ik geïntrigeerd door het Kruidenhuis in De Hoef. Achter die deur zou ik wel eens een kijkje willen nemen…
Met wie zou je wel eens een weesgegroetje willen bidden?
Met mijn ouders, zij zijn jong gestorven. Ik ga met Allerheiligen altijd naar de kerk en vraag me dan af hoe hun stemmen ook alweer klonken.
Heb je verder nog iets op te biechten?
Wat ik echt op moet biechten is dat ik a-sportief ben. Ik heb helemaal niets met sport. Zelfs wandelen kan mij niet bekoren. Tja, dat is duidelijk voor verbetering vatbaar, maar ik zie niet hoe ik over die drempel, die weerstand tegen sporten heen moet stappen.










