
In de biechtstoel: Kees van Ginneke
Human InterestBOEKEL – Geboren en getogen in Breda, volgde de politieopleiding in Baexem, kon bij de Rijkspolitie geen gemeente, alleen een regio kiezen en koos voor de regio Eindhoven. Kees van Ginneke dacht zo in de buurt van Bergeijk, de woonplaats van zijn vriendin, nu zijn vrouw Wilma terecht te komen. “Maar het werd Boekel. Ik ben er eerst in de kost geweest, dat huis brandde af, kwam tijdelijk op een camping terecht, we trouwden en betrokken het huis waar we nog steeds in wonen.”
Geloof je?
Ik ben katholiek opgevoed, maar niet gelovig. Ondanks alle ellende die ik in het politiewerk heb meegemaakt, geloof ik vooral in het goede van de mensen, want in datzelfde werk heb ik ook heel veel lichtpuntjes gezien.
Wat is je grootste deugd?
Ik wil mensen niet teleurstellen. Na medisch trammelant heb ik geleerd dat je ook ‘nee’ moet kunnen zeggen.
Wat is je grootste zonde?
Tot de zojuist beschreven wending: teveel hooi op m’n vork nemen. Daar werk ik aan. Lid van de motorclub, altijd bezig met de sporen van de Tweede Wereldoorlog, de loopgroep buurtpreventie en vrijwilliger bij het bejaardencentrum is genoeg.
Wat koester je het meest?
Wilma, de kinderen en lol maken met de kleinkinderen. Ons caravannetje scoort ook hoog. Lekker naar een camping. Hoeft niet ver te zijn, maar er even uit, luifeltje uitdraaien en dan smaakt de koffie extra goed. We zoeken vaak een plek uit in de buurt van een evenement, twee vliegen in één klap.
Wat stuit je het meest tegen de borst?
Ik zoek vaak iets uit voor mensen die vragen hebben over een gebeurtenis in de Tweede Wereldoorlog. Daar steek ik een hoop werk in. Als ik dan een antwoord op de gestelde vraag heb gevonden, wordt dat vaak aanvaard alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Ik hoef geen fruitschaal of een speciaal biertje, gewoon een bedankje. Dat is toch niet teveel gevraagd?
Waar kun je van genieten?
Ik bracht ooit mijn vrouw en dochter naar het vliegveld, reed vandaaruit door naar de Amerikaanse begraafplaats onder Luik, waar ik het graf van een soldaat heb geadopteerd, reed daarna naar nog twee begraafplaatsen, waaronder Margraten en tot slot bezocht ik nog een Engels oorlogskerkhof. Juist daar zie je de idioterie van oorlog het best. Het klinkt gek, maar naast het respect dat ik er betoon, kan ik ook er ook tot rust komen.
Van wie kun je nog wat leren?
Ik vorm het bekende ‘je bent nooit te oud om te leren’ om tot ‘het leven is één lang leerproces’.
Achter welke deur zou je wel eens een kijkje willen nemen?
Bij de Rijkspolitie kwam ik elk jaar op Schiphol. Zo ook vlak na de Bijlmerramp. In de hangar waar de resten van dat vliegtuig lagen, heb ik het een en ander aangeraakt. Een paar jaar later werd ik ziek, een tumor in mijn hoofd, in een vorm en op een wijze die bijna nooit voorkomt. Na chemo en bestralingen werd ik na vijf jaar ‘schoon’ verklaard. De latere krantenberichten en de parlementaire enquête hebben me aan het denken gezet. Ik ben twee keer naar het AMC geweest voor medisch onderzoek, maar er kon geen causaal verband worden gevonden. Toen ik na weer een tijd piekeren bedacht dat ik mijn medisch dossier kon opvragen, bleek dat onvindbaar. Ja, achter de deur van dat vliegtuig had ik vóór die ramp weleens een kijkje willen nemen.
Nog iets op te biechten of een weesgegroetje bidden?
Met Geoffrey Litherland. Deze man landde tijdens D-day in Normandië, kwam uiteindelijk al vechtend in Boekel terecht, nam afscheid met de belofte nog van zich te laten horen, maar het werd stil. Pas in 2000 kwam Geoffrey erachter dat er naar hem was gezocht, nam contact op en er ontstond een jarenlange vriendschap. Hij is hier geweest, we hebben samen Normandië bezocht. Hij zei: “Ik was een jongen toen ik het Kanaal overstak, en ’s avonds was ik een man.” Een fantastische vent!










