Afbeelding

In de Biechtstoel: Nelleke Brzoskowski

Nieuws

BAKEL – Na gewoond te hebben in Cuijk, in Beek en Donk (’Op drie verschillende adressen’), op hotelkamers in de hele wereld (’Dat kan best wel eenzaam zijn’) en héél even in Helmond, keerde Nelleke Brzoskowski zo’n 27 jaar geleden terug naar haar geboortedorp Bakel.

Gezegend met een gouden keeltje kwam de jonge Nelleke al op haar 7e op de televisie en werd vooral in België bekend als kindsterretje. Daarna volgden de familieshows, want ook de vier zussen van Nelleke zongen, net als een broer en twee zwagers. Hun band heette ‘The Song of the Family’. De andere broer deed de techniek en vader Brzoskowski was de manager. Toen ze zestien was, begon Nelleke aan een solocarrière. Trots laat zij de hoesjes van de veertig singles zien die zij op haar naam heeft staan, nog los van de lp’s. Ook hangt er een gouden plaat aan de muur. Het meest bekend is de Bakelse zangeres van de twaalf jaar dat zij in de George Baker Selection zong. Nelleke zingt nog altijd: ‘Ik kan nog steeds tot de hoge D’

Geloof je?

Jazeker! Een vast geloof dat in de loop der jaren alleen maar is gegroeid. Dat Christus aan het kruis voor ons is gestorven staat voor mij vast. De ziel is je rugzakje, de geest het lijntje naar het goddelijke. Ik bid veel, maar kom niet vaak in de kerk, behalve voor de optredens met onze gospelgroep B-light. Daarin zing ik samen met mijn dochter Lisa. 

Wat is je grootste deugd?

Zingen! Mijn lust en mijn leven, net als muziek en liedjes schrijven. En ik ben spontaan en zorgzaam.

Wat is je grootste zonde?

Ik had en heb moeite mijn grenzen te erkennen en ga, ondanks ziekte of vermoeidheid, te lang door. Ja, ik sta altijd ‘aan’. Een optreden wil je niet afzeggen, óók omdat je in een band zingt. Vanwege de geboorte van mijn dochter Lisa ben ik 1990 gestopt met de George Baker Selection. In 1997 kreeg ik een zwaar auto-ongeluk, waardoor ik mijn professionele carrière moest beëindigen. Toen werd het leven wat minder hectisch en stopte het zwerven over de wereld. Dat ongeluk kostte een jaar lang revalidatie in Blixembosch, maar bracht ook een wending met zich mee. Ik ben toen anders naar het leven gaan kijken. Ik kijk nu naar wat ik nog wel kan en niet naar wat ik niet meer kan.

Wat koester je het meest?

Oppassen op de kleinkinderen is voor mij een zégen. Verder zwem ik elke dag, fiets vaak met mijn echtgenoot Stan, ik koester de muziek, uiteraard ook mijn bijna 103-jarige moeder en niet te vergeten de ‘qualitytime’ met mijn dochter.

Wat stuit je het meest tegen de borst?

Dierenmishandeling. Daar kan ik zó boos om worden. Net zo boos als wanneer dat bij weerloze mensen gebeurt.

Waar kun je heimelijk van genieten?

Van humor en onbevangenheid, de eerlijkheid van kleine kinderen en tegenwoordig ook, in tegenstelling tot vroeger, van een momentje rust met een cappuccino en een lekker stuk chocola.

Van wie kun je nog wat leren?

lk leer van elk gesprek, van elke foutje en van elke keuze die ik maak.

Achter welke deur zou je wel eens een kijkje willen nemen?

Achter de deur naar de toekomst. Hoe de kleinkinderen zich ontwikkelen, de voortgang van de technologie en hopelijk om te kunnen constateren dat het dan wat prettiger in de wereld gaat dan momenteel.

Met wie zou je wel eens een weesgegroetje willen bidden?

Met mijn opa en oma aan vaderskant en met oma aan moederskant. De vader van mijn moeder heb ik wel gekend. Als ik zie hoe leuk het contact met je kleinkinderen kan zijn, dan hebben die drie grootouders dat gemist. 

Heb je verder nog iets op te biechten?

Er is véél ruis op de lijn. Mensen worden opgeslokt door het turen op hun telefoon en door het gebruik van social media. Meer échte sociale contacten en aan jezelf toekomen. Dát is pas belangrijk!

Lees ook