
Mister Boekel Sport: Clubicoon Toon van Hout al meer dan een halve eeuw vrijwilliger bij lokale voetbaltrots
AlgemeenBOEKEL – Zelf heeft Toon van Hout er nooit gevoetbald, maar vanaf zijn twintigste jaar begon hij zijn loopbaan bij Boekel Sport. Een vrijwilligerscarrière die nu al bijna vijfenvijftig jaar duurt.
Door Simon van Wetten
Uw verslaggever, dwalend over het sportpark in Boekel, spreekt nadat hij Toon de hand heeft geschud, zijn bewondering uit voor de perfecte staat waarin het complex verkeert. De ruime parkeerplaats, de prachtige kantine, het secretariaat, de bestuurskamer en de kleedlokalen, de scheen-witte kalklijnen, het noodt mensen met een minder kunstige heup tot een onmiddellijk potje voetbal. Toon, met een brede glimlach: “Ja, toen ik destijds begon, was het sportpark niet wat het nu is. Dat ligt uiteraard zeker niet alleen aan mij, maar toen hadden we niet zo’n mooie gebouwen en vooral zeer modderige velden, en dat is inderdaad wel veranderd. Hoewel, van de zes velden is er één vaak te nat, al helemaal dit najaar. Kijk, we zitten hier nu eenmaal op een breuklijn, dat maak de waterhuishouding pittig.”
Je hebt hier nooit gevoetbald, maar heb je überhaupt wel ooit tegen een bal geschopt? “Jazeker, tot m’n 20ste, bij VOP oftewel ‘Voor Ons Plezier’, maar ik moest noodgedwongen stoppen. Als geboren en getogen Boekelnaar ben ik toen een meisjesteam bij Boekel Sport gaan begeleiden. Toen een meisje tijdens een wedstrijd een been brak en ik er hulpeloos bij stond, besloot ik een EHBO-cursus te gaan volgen. Dus dát ben ik ook bij de club: EHBO-er, verzorger van het eerste elftal, lijntrekker en af en toe vlaggenist.”
Ik heb begrepen dat je zowat elke dag hier bent. Dat is een enorme tijdsinvestering. Wat beweegt je? “Ik ben vrijgezel, heb thuis met niemand rekening te houden, en ik ben graag hier. Bladruimen, kapotte dingen (laten) repareren, materiaal op orde houden, hesjes wassen, tijdens de trainingen blessures behandelen, en ook de regeninstallatie bijhouden, wat overigens de laatste paar maanden geen enkele moeite kost. ‘Je kunt beter opsommen wat je niet doet, dan ben je eerder klaar.’ Dat zinnetje krijg ik hier vaak te horen.”
Is Boekel Sport dan je vervangende familie? “Nee hoor, ik heb ook een gewone familie. Maar ik heb hier wel veel contacten. Op het sportpark en zeker ook in het dorp, ’t is keileuk om door alle voetballers gedag gezegd te worden, zeker ook door de jeugdige spelers. Welke 74-jarige overkomt dat tegenwoordig nog?”
Het is december, maar dat gras hier ligt er zomers-groen bij. “Bij die twee kunstgrasvelden is dat niet zo moeilijk, maar ik let erop dat als de voetballers vanuit de kleedkamers op weg naar hun veld gaan, er niet wordt afgesneden. Géén olifantenpaadjes alsjeblieft. En ik maai met een loopmaaier, heel af en toe zelfs een heel veld. Echt, ik kan beter van die snelle spullen afblijven, ik ben nu eenmaal wel gewend aan veel lopen.”
Kun je nog een tijdje mee? “Ik heb wel een nieuwe knie, maar als ik ‘m niet overbelast, gaat het goed, zeker het lopen zelf. Als ik heb gevlagd, zoals gisteren, nou, dat voel ik de volgende dag wel. En over dat vlaggen: ik reageer nooit op de reacties van het publiek, al zijn de opmerkingen soms niet mals. Ik laat het maar van me afglijden. En ik ben het al meer dan een halve eeuw gewend. Dat geroep is van alle tijden, alleen komen er tegenwoordig heel andere bewoordingen voor de dag. Ik ben een eerlijke vlaggenist, ik win geen punten voor de club maar ik heb er natuurlijk ook geen verloren. Wat de truc is? Altijd gelijk staan met de laatste man, dan zie je buitenspel goed. Daar moet je wel heel wat meters voor lopen, maar als de scheids ziet dat je oprecht en serieus bezig bent, dan is hij echt geneigd om op je vlagsignalen te reageren. Ik heb zelf ook twee keer een scheidsrechtercursus gevolgd, maar nooit gefloten. Ik ben een echte grensrechter. Ik vind overigens wel dat je als vlagger ook mag coachen, dat valt heus wel te scheiden en meestal is er ook begrip voor.”
Ik wijs naar buiten. Om alle velden staan van die halfhoge hekken, een paar meter van de zij- en achterlijnen. “Klopt. Als de jeugd voetbalt, moeten de ouders achter die hekken, dus niet op het veld, want ja, de reacties op wat er op het veld gebeurt, zijn niet altijd prettig en positief.”
En wat vind je van kunstgras? “Ik vind het in ieder geval niet goed als voetballers vanaf een gewoon veld over een kunstgrasveld lopen. Dan komt er veel slijk mee en dat is moeilijk te verwijderen. Andersom is geen enkel probleem. Wél een probleem is kauwgum. Ja, zet dat er ook maar bij, want het zou echt fijn zijn als dat wat minder werd.”
We wandelen nog een keer het hoofdveld op en kijken naar de tribune. En Toon kijkt ook trots en tevreden om zich heen. Mister Boekel Sport. Zijn leven draait om de club. In 2015 kreeg hij als erelid al een lintje voor zijn inzet en in 2019 eindigde hij in de top 3 van de verkiezingen ‘Clubheld van het jaar’. Ik heb het idee dat de meeste voetbalclubs wel zo’n factotum, zo’n alleskunner en allesdoener hebben. Ze moeten worden gekoesterd!










