
Column Simon: Ook in W.O. II neutraal?
NieuwsDankzij een foto van een informatiebord, genomen in het grensgebied aan de Maas in Zuid-Limburg door de Gemertse fotograaf Jo van Es, werd ik geattendeerd op een – voor mij – nog onbekend Tweede Wereldoorlog-verhaal, dat onder de naam ‘het Maasmechelen-incident’ (niet heel erg) bekend staat. Op 9 januari 1940 kreeg de Duitse majoor Reinberger opdracht de geheime plannen voor een Duitse invasie van België en Frankrijk per trein naar het militaire hoofdkwartier in Keulen te brengen. Bij een stop in Munster ontmoette Reinberger een oude bekende, majoor Höhnmann, een legerpiloot. Na een avondje in de officiersmess stelde de laatste aan Reinberger voor om hem met zijn vliegtuigje, een kleine Messerschmitt, mee naar Keulen te nemen. Dat zou tegen alle reglementen en bevelen ingaan; geheime documenten mochten absoluut niet per vliegtuig worden vervoerd. Maar Reinberger ging mee en op 10 januari vertrokken de twee naar Keulen. Onderweg vlogen ze door enkele mistbanken, Höhnmann raakte de richting kwijt, dacht dat hij de Rijn volgde, maar volgde de Maas. Toen dit duidelijk werd, schakelde de piloot in zijn nervositeit de motor uit en kreeg die daarna niet meer gestart. Een noodlanding op Belgisch grondgebied volgde. De vleugels raakten beschadigd, de inzittenden bleven heel. Reinberger trachtte de documenten te verbranden, maar door het vlugge optreden van de toegesnelde Belgische grenswacht lukte dat niet. Hitler moest zijn ‘Fall Gelb’, de codenaam voor de geplande aanval op 17 januari, afgelasten. De schlemiel in dit verhaal? Nederland. In Fall Gelb stond niets over Nederland, maar bij de uiteindelijke invasie, een kleine vier maanden later, werden niet alleen België en Frankrijk, maar ook Nederland aangevallen. Een intrigerende gedachte ontstaat! Natuurlijk, ons land had later alsnog in de oorlog betrokken kunnen worden, Hitler moest bijvoorbeeld op zeker moment z’n Atlantikwall laten bouwen en hij zou zeker nog veel meer redenen hebben gehad om ook Nederland te bezetten, maar de gedachte dat áls die majoor Reinberger gewoon met de trein naar Keulen was gegaan, wij op z’n minst aanvankelijk buiten de oorlog zouden zijn gebleven, is bijna adembenemend. Hoe lang zou die situatie dan hebben geduurd en wat had de regering in die periode aan extra voorzorgsmaatregelen kunnen nemen? ‘Als’. Dat woordje degradeert dit verhaal tot hooguit de aanleiding om te filosoferen over hoe de jaren ’40-’45 dán voor ons zouden zijn verlopen. Maar het is gegaan zoals het gegaan is, niets meer aan te doen.










