
In de Biechtstoel: Niels Verbakel
NieuwsGEMERT – Op z’n derde is Niels Verbakel vanuit zijn geboorteplaats Aarle-Rixtel met het ouderlijk gezin naar Nuenen verhuisd, alwaar vader Ad herberg ’t Pröpke ging uitbaten. Weer drie jaar later volgde de verhuizing naar Gemert, naar het legendarische Vossenkamp. “Ik voel me een echte Gemertenaar,” zegt Niels.
Geloof je?
Ik ben niet-praktiserend katholiek. Ik geloof in mijzelf, in de mensen om me heen en in het vergaren van kennis. Ik ben er de persoon niet naar om zo maar datgene te volgen dat tweeduizend jaar geleden is opgeschreven. Ik kom, en dat bedoel ik niet arrogant, er zelf wel uit.
Wat is je grootste deugd?
Ik ben nieuwsgierig aangelegd. Ik wil van alles weten, vind veel interessant. Bijvoorbeeld de geschiedenis van Gemert, daar heb ik me flink in verdiept. Ik geef tegenwoordig zelfs rondleidingen in het dorp en ben toegetreden tot het bestuur van de Heemkundekring. Ik doe ook graag mee aan pub-quizzen, dat is heel sec: er worden vragen gesteld over de meest uiteenlopende onderwerpen, en die kun je dan beantwoorden – of niet.
Wat is je grootste zonde?
Die nieuwsgierigheid van de vorige vraag kan ook een beetje een zonde zijn, het kan tegen je werken. Eigenlijk is onwetendheid in veel situaties wel gemakkelijk, maar zo werkt ’t bij mij niet. Ik denk nogal snel en kom tot associaties en oplossingen die voor anderen niet altijd logisch zijn. Tja, dat is wel eens lastig.
Wat koester je het meest?
De mensen om mij heen, familie, vrienden, collega’s. En mijn vriendin Inge. We zijn nu een goede vijf jaar samen. Wat ik ook koester is een goed gesprek of discussie met een beetje diepgang. Daar kan ik van genieten.
Wat stuit je het meest tegen de borst?
Kortzichtigheid, mensen die op voorhand veranderingen afwijzen, dus in principe negatief zijn over een andere koers of een fris, nieuw idee. Ik zoek zelf altijd de uitdaging op, dat houdt ’t lekker levendig.
Waar kun je heimelijk van genieten?
We zijn dit jaar op vakantie geweest in Namibië. We wilden iets aparts, want ik ben vijftig geworden en we zijn zoals al gemeld vijf jaar samen. Van origine ben ik reis-adviseur, uit die periode herinnerde ik me dit reisdoel. De cultuur van het land spreekt me erg aan, Namibië is op Mongolië na zo’n beetje het dunstbevolkte land, dus je hebt er de ruimte en hoewel ik mijn talen wel spreek, kom je met de Nederlandse taal daar een heel eind, want ooit hoorde Namibië bij Zuid-Afrika. Het was een prachtige reis.
Van wie kun je nog wat leren?
Van levenswijsheid bij ouderen en van de onbezonnenheid van jongeren. Echt, ook van onbezonnenheid kun je leren, het geeft de kans van platgetreden paden af te wijken. Als je ouder wordt denk je al snel aan de gevolgen van je actie. Als je die gevolgen niet kan overzien, neem je het risico vaak ook niet. Ik vind dat bij veel mensen wel een kenmerk van de vorderende leeftijd. Je vermijd liever de risico’s, je wilt tevoren alles duidelijk hebben.
Achter welke deur zou je wel eens een kijkje willen nemen?
We hadden het zojuist over platgetreden paden, ik ben juist van de nog onbewandelde paden. Ik wil nieuwe dingen ontdekken. Dus als daar een deur voorstaat, dan maak ik die graag open. Als iedereen zegt: “We gaan hier rechtsaf,” dan vraag ik me vaak af: “Waarom gaan we niet linksaf?”
Met wie zou je wel eens een weesgegroetje willen bidden?
Met mijn moeder. Zij is vrij jong gestorven. Ik zou haar graag voorstellen aan Inge en haar vertellen hoe het mij is vergaan.
Heb je verder nog iets op te biechten?
Nou ja, biechten… Ik heb nog wel een leuk nieuwtje. Ik doe de programmering van ‘Waeverstad op z’n Kop’, ben dus een flink deel van het jaar opzoek naar een veelbelovend en gevarieerd carnavalesk programma, en de komende editie wordt een speciale. We hebben namelijk maar liefst vijf Gemertse kletsers. Ze Zén van Hiejr!










