Afbeelding

Altijd aan de beurt

Nieuws

Als docent Nederlands en taalfanaat probeer ik zo af en toe een beetje op de hoogte te blijven van al het taalnieuws. Meestal komt het erop neer dat ik braaf de (kranten)berichten over het onderwijs lees, de online linkjes naar onderzoek volg en hier en daar een vaktijdschrift opensla. Maar afgelopen week viel mijn oog op een kort berichtje van maart dit jaar: “Wie is er aan de beurt? Peuters weten het!”.

Het onderzoek waar het artikel op gebaseerd was, ging over ‘sprekersbeurten’. Wanneer we als volwassenen met elkaar in gesprek zijn, voorspellen we continu wanneer de ander klaar is met praten én of er dan van ons een antwoord wordt verwacht. Daarvoor is er gedetailleerde kennis van taal en zinsbouw nodig, kennis die pas ná de peuter-/kleuterleeftijd ontwikkelt. En tóch blijkt uit dit onderzoek dat zelfs peuters al precies wisten wanneer het hun beurt was om te praten.

En precies op dat moment verslikte ik me in mijn thee. Want de eerste zin van het artikel luidde: “Kinderen van twee weten al heel goed wanneer het iemands beurt is om te praten.” Ik las de zin nog eens, en nog eens. Want dit was vast een foutje, of mijn eigen twee kinderen hebben die memo ergens volledig gemist.

Bij ons thuis bestaat een gesprek zelden uit keurig opgestelde sprekersbeurten; het is een jungle. Waar volgens het boekje iedereen keurig naar elkaar luistert en wacht op zíjn/haar beurt om te praten, wordt aan onze keukentafel een stilte van een halve seconde gezien als een uitnodiging om je eigen verhaal te vertellen. Gerelateerd aan het voorgaande onderwerp of niet. Dat boeit eigenlijk niemand.

Heb je net een goed gesprek met de oudste over wat er op school is gebeurd, roept de jongste ineens dat ze vandaag roze sokken met aardbeitjes draagt. Laat je de jongste even rustig nadenken over wat ze op haar boterham wil (‘ehh… ehhh… ehhhh… appelstloop’), begint de oudste alweer een verhaal over hoe donder en bliksem nu eigenlijk werkt. En mocht er onverhoopt geen stilte vallen om in te breken, creëren ze zelf wel een momentje door dwars door iedereen heen te praten.

Maar ondanks mijn eerste reactie, denk ik dat ze de regels wel degelijk snappen. Want na álle ‘wacht even’, ‘laat je broer/zusje nu eens uitpraten’ en ‘ssshht..’ begrijpen ze écht wel hoe sprekersbeurten werken.

Ze zijn er alleen van overtuigd dat hún beurt altijd ‘nu’ is.

Lees ook