Afbeelding

In de Biechtstoel: Ben Fraters

Algemeen

GEMERT – Vierennegentig jaar geleden werd Ben Fraters in Scheveningen geboren. Hij ging naar school in Den Haag en hij was 11 jaar toen de oorlog uitbrak. Na de oorlog ging hij als lid van een geniedetachement naar Indië, eenmaal terug ontmoette hij zijn vrouw Riet, kwam als militair in Duitsland terecht, en belandde uiteindelijk als onderofficier bij de luchtmacht op Volkel en De Peel. Sindsdien wonen Ben en Riet in Gemert.

Geloof je?

Ik ben nog steeds praktiserend katholiek. Vanaf 1966 tot de sluiting deed ik het technisch beheer van de Gerarduskerk en was ik collectant. Nu ik zo oud ben komen ze me de communie hier brengen.

Wat is je grootste deugd?

Wandelen! Ik heb tochten gelopen in Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Noorwegen, België en Ierland. Verder dertig keer de Kennedymars en zevenenvijftig keer de Nijmeegse Vierdaagse. Als de corona er niet tussendoor was gekomen, had ik de zestig keer volgemaakt. Dat is wel jammer. Maar prachtig is de herinnering aan de vijftigste keer, met m’n familie op de tribune bij de Via Gladiola, een speciaal spandoek en een ingelijst certificaat.

Wat is je grootste zonde?

Ik kan af en toe goed uit mijn slof schieten!

Wat koester je het meest?

Bezig kunnen zijn.  Ik ben hobby-meubelmaker (Ben maakt een breed gebaar door de huiskamer), kweek planten en groente, zit diep in het verenigingsleven, hou van de natuur, en heb bergen beklommen, niet met touwen maar gewoon wandelend. Verder heb ik de laatste tien jaar met liefde mijn vrouw verzorgd, zij is 7 april jongstleden opgenomen. Langer thuis wonen was niet meer verantwoord. Daarom hebben we onze 70-jarige bruiloft nét niet, niet echt althans, kunnen vieren. Mijn zoon en drie dochters, negen kleinkinderen en twaalf achterkleinkinderen hadden alles al geregeld. Overigens hadden we ooit elf kleinkinderen. Eentje is al als baby gestorven, de andere is als jonge vent verongelukt op de Middenpeelweg.

Wat stuit je het meest tegen de borst?

Oneerlijkheid en te weinig waardering voor wat we in Nederland hebben. Ik weet wat armoede is; mijn vader was in de crisisjaren werkeloos. Verder ben ik goed van vertrouwen, en als dat beschaamd wordt, dan ben ik boos, zoals die keer dat er in ons huis is ingebroken terwijl we thuis waren.

Waar kun je heimelijk van genieten?

Dat ik er nog ben. Ik heb wel in moeten leveren, loop met een stok, moest pas bij de Sunset-tocht over de brug in Nijmegen ondersteund worden, maar ik zie nog steeds toekomst. Het geheim? Bezig blijven! Na mijn pensioen heb ik in een kinderdagverblijf de boel onderhouden en speelgoed gemaakt. Ik was ook taxichauffeur en deed allerlei vrijwilligerswerk, deed lang aan sport, was of ben lid van de E.H.B.O., de reddingsbrigade, de militaire veteranen, en carnavalsprins bij de Laotbloeiers.

Van wie kun je nog wat leren?

Ik heb een lange levensles gehad.

Achter welke deur zou je wel eens een kijkje willen nemen?

Ik zou nog een reis willen maken naar Afrika, of naar Israël. Daar ben ik nog niet geweest.

Met wie zou je wel eens een weesgegroetje willen bidden?

Met mijn vader. Die heb ik in mijn jeugd weinig gezien. In de oorlog heeft hij lang ondergedoken gezeten en na de oorlog werd ik vrijwilliger en al snel opgeroepen voor Indië. Daarna heb ik eigenlijk nooit meer thuis, in het ouderlijk huis, gewoond. Wat bijpraten zou dus mooi zijn.

Heb je verder nog iets op te biechten?

Ik herinner me het dijkhuisje van mijn grootouders in Oude-Tonge op Goeree-Overflakkee. Zij hebben de watersnoodramp meegemaakt en ik moest als militair daar gaan helpen. Ze hebben het toen gelukkig wel overleefd.
Ik bezoek mijn Riet een keer of vier per week en ik red me goed thuis, ik doe immers al heel lang het huishouden. En ik wil tot slot nog kwijt dat wat hierboven staat maar een klein deel van mijn leven vertelt. Als je een lang en zeker geen rustig leven hebt gehad, dan kun je heel wat van die biechtstoel-afleveringen van jou vullen.

Lees ook