Afbeelding

In de Biechtstoel: Martin van den Tillaart

Nieuws

GEMERT – Hij is geboren en getogen in Veghel, “daar waar nu de A-50 de weg naar Vorstenbosch kruist”. Martin van de Tillaart legt uit: “Toen we gingen trouwen keken we rond in Veghel en in de dorpen rondom. We hebben voor Gemert gekozen omdat als er kinderen zouden komen, de schoolkeuze en de mogelijkheden van vrijetijdsbesteding daar groter waren. Bovendien werkte ik toen al in Gemert, als onderwijzer van de Berglarenschool.

Geloof je?

Zoals zowat alle Brabanders van mijn leeftijd ben ik opgegroeid in een zéér katholiek gezin, met in de familie een paar heerooms en een ‘tante-zuster’. Rozenhoedjes bidden is me met de paplepel ingegoten. Nu geloof ik vooral dat verreweg de meeste mensen goeie mensen zijn.

Wat is je grootste deugd?

Mijn ambacht, mijn passie, namelijk pottenbakken. Dat is een bezigheid die rust geeft. Toen mijn vrouw overleed, was dat pottenbakken de manier om in al het verdriet waarin ik was gedompeld, toch wat afleiding en bezigheid te vinden. En je blijft onder de mensen want ik ga er op scholen over vertellen, ik geef demonstraties en workshops én ik sta vaak op kunst- en ambachtsmarkten.

Wat is je grootste zonde?

Je kunt ook té goed in dingen zijn en ‘te’ is nooit goed. Daarnaast houd ik mijn mening erg lang vast en dat komt nogal eigenwijs over.

Wat koester je het meest?

Het gezin. Op de eerste plaats de herinneringen aan mijn vrouw Corrie, verder de kinderen, de aangetrouwde kinderen en de tien kleinkinderen. Ook de verdere familie koester ik; ik ben een echte familieman. Als er wat te doen is ben ik er altijd bij. En als er eigenlijk een pottenbakkersactiviteit in de agenda staat, voor mij uiterst belangrijk, maar er wordt op die datum ook een familiebijeenkomst georganiseerd, dan ga ik dáár naartoe.

Wat stuit je het meest tegen de borst?

Dat het in verhouding heel beperkte aantal mensen dat onrust veroorzaakt en rellen schopt, zoveel aandacht in de media krijgt. Het geeft dat soort mensen een podium en dat zorgt bij alle goedwillende mensen – en die zijn er veel méér – ook weer voor onrust.

Waar kun je heimelijk van genieten?

Van alle plezierige dingen, het meest van voldoening. Een voorbeeld? Ik ben absoluut geen echte tuinman, maar ja, je wilt ook geen oerwoud achter je huis. Enig onderhoud is vereist. En als dat dan heb gedaan, dan is de beloning overduidelijk dat voldane gevoel. Zeker met een biertje erbij, in combinatie met de interne rust die bij voldoening hoort, prima!

Van wie kun je nog wat leren?

Ook na al die levensjaren leer je door ervaringen en ontmoetingen steeds wat bij. Dus van iedereen, zelfs van mijn cursisten pottenbakken, terwijl het toch de bedoeling is dat ik juist hen wat leer. Dat doe ik ook wel. Zowel op het ambachtsgebied als in levenswijsheid maak je altijd weer iets nieuws mee en dat néém je vervolgens ook mee. Je leert net zo goed van kinderen – kinderlijke eenvoud kan heel aanstekelijk zijn – als van oudere, wijze mensen.

Achter welke deur zou je wel eens een kijkje willen nemen?

Ik wil altijd een kijkje nemen bij iedere ambachtsman of -vrouw, in welke discipline dan ook. Alles wat zo eenvoudig lijkt, blijkt vaak verrassend moeilijk. Ik heb dat bijvoorbeeld ervaren toen ik een rietdekker een dagje mocht helpen. Dat is een vaardigheid die je zeker niet zomaar komt aanwaaien.

Met wie zou je wel eens een weesgegroetje willen bidden?

Met mijn ouders en met name met mijn vader, die te jong is gestorven. Ik werd destijds uit de klas geroepen en op de gang kreeg ik te horen dat het heel slecht ging met mijn vader. Een traumatische ervaring, want hij is toen erg onverwacht overleden. Pa was eenvoudig, maar tegelijkertijd zeer ondernemend en heel wijs.

Heb je verder nog iets op te biechten?

Ik probeer rustig verder te leven, te genieten van de kleine geneugten. Naar het grote geluk ben ik nu niet op zoek.

Lees ook