Afbeelding

In de biechtstoel: Peter Oostenbach

Nieuws

GEMERT – Geboren en getogen in Honthem in Limburg. Peter Oostenbach geeft een nadere plaatsbepaling: “Vlakbij de Amerikaanse oorlogsbegraafplaats in Margraten.” Later studeerde Peter aan de Landbouw Hogeschool in Wageningen. Hij is samen met zijn echtgenote in 1985 naar Gemert gekomen en zijn aanwezigheid daar is niet onopgemerkt gebleven; hij is secretaris van het Boerenbondsmuseum en president van de Onze Lieve Vrouwe Broederschap.

Geloof je?

Als je uit Zuid-Limburg komt… Ik ben vanaf mijn eerste communie tot een maand of vier voor ik trouwde misdienaar bij de Zusters van het Arme Kind Jezus geweest. Héél lang dus. Ik kan een boek schrijven over die periode. Verder geloof ik tegenwoordig vooral in het proberen goed te doen, om iets voor anderen te kunnen betekenen. En ja, ik voel me wel op m’n gemak wanneer in de belangrijke momenten van het leven de kerk erbij betrokken is.

Wat is je grootste deugd?

Dat ik oprecht blij ben als het lukt om samen met andere mensen iets, wat dan ook, voor elkaar te krijgen. Een voorbeeld? Ik werd op mijn zeventiende lid van de KPJ. De Sint Hubertus-jaarmarkt in Gulpen was destijds aan het doodbloeden, we hebben er met de KPJ en anderen de schouders onder gezet. Die markt kwam opnieuw tot leven en trekt nog steeds veel volk. De Broederschap, carnavalsgroep De Groeskuilen en het Boerenbondsmuseum zijn andere mooie voorbeelden van wat je kunt bereiken door dingen samen te doen en waaraan ik een steentje mag bijdragen.

Wat is je grootste zonde?

Ik ben niet zo heel goed in het vooruitdenken, althans als het om huishoudelijke zaken en dergelijke gaat. Terwijl in andere gevallen, zoals bij de inbreng van het Boerenbondsmuseum voor het ‘De Boer Op’-openluchttoneelstuk, ik juist heel precies ben. Dus dan zou dat thuis óók moeten kunnen. 

Wat koester je het meest?

Ons gezin en onze vriendenkring. Het mooiste daarbij is samen met hen aan tafel zitten – ik kook dan – en lekker eten, een wijntje erbij. Daar kan ik van genieten!


Wat stuit je het meest tegen de borst?

Als mensen met de ideeën van een ander aan de haal gaan en met de eer gaan strijken. Succes heeft vele vaders. Vaak zijn de initiatiefnemers de stille krachten en die staan dan aan de zijlijn op het moment dat het plan wordt gepresenteerd.

Waar kun je heimelijk van genieten?

Samen met mijn vrouw wandelen en fietsen – de juiste route blijven volgen is dan een uitdaging – en ook alléén fietsen, in dat geval op mijn racefiets. Die staat ’s winters op een soortement rollerbank, zodat ik ook thuis aan mijn conditie kan werken. Dat is wel behoorlijk saai, maar ik doe het toch. Daarnaast gaan we graag op stedentrip, bij voorkeur naar Hanzesteden. Die liggen altijd aan het water en hebben mede daardoor zo’n specifiek, eigen karakter.

Van wie kun je nog wat leren?

Mijn opa zei altijd: “Er is geen ezel die niks kan leren, maar er zijn wel ezels die niks willen leren.” Ik ben altijd bereid iets nieuws te leren. In mijn werk heb ik veel mogen reizen, je komt dan allerlei culturen tegen en die variatie, die voegt iets toe aan je eigen inzichten en hoe je tegen de wereld en het leven aankijkt.

Achter welke deur zou je wel eens een kijkje willen nemen?

Ik zou sowieso niet onuitgenodigd achter een deur willen kijken. Dan zou ik mij niet op m’n gemak voelen. Nee, echt een bucketlist op dat gebied heb ik niet.

Met wie zou je wel eens een weesgegroetje willen bidden?

Met mijn ouders. Géén weesgegroetje, dat is zonde van de tijd. Nee, búúrten, bijpraten, vertellen over hoe het mij en m’n gezin is vergaan. Ik zou ook graag nog een keer bij een studiekameraad aan tafel schuiven. Hij is twee jaar na ons afstuderen verongelukt. Ik denk veel aan die drie mensen. Ze zijn pas dood als je ze vergeten bent.

Heb je verder nog iets op te biechten?

Ik probeer altijd een open boek te zijn. Ik denk dat ik alles al heb verteld.

Lees ook